In de laatste wijkkompas van vorig jaar deed ds. de Jong een oproep voor een gemeente stage.
Hij zocht 10 gemeenteleden met wie hij een dagje kon meelopen op het werk, op school of thuis. Op deze manier wil hij zicht krijgen op wat er speelt in de gemeente.
Over de vragen die hij zichzelf stelt en de doelen die hij wil bereiken maakt hij een verslag die met toestemming van de betrokkenen op deze website zullen worden geplaatst.
10 mensen hebben zich hier voor aangemeld en inmiddels is er een start gemaakt met deze stage.

Hieronder vindt u de verslagen (Dag 9 - 6a (weder bezoek n.a.v. dag 6) - 8 - 7 - 6 - 5 - 4 - 3 - 2 - 1).

Dag 9


Stagebegeleider:  Edwin van der Eijk, re-integratiewerker
Datum: 9 oktober 2017

 Ik begin er bijna aan te wennen. De meeste gemeenteleden beginnen hun dag gewoon lekker vroeg. Ook Edwin. Meestal fietst hij om 6.30 al naar Wageningen, waar hij dan zijn eerste ‘werkronde’ heeft. Maar om mij wat te ontzien gaan we vandaag maar met de auto, verderop vandaag blijkt dat ook wel praktisch te zijn. Een half jaar geleden heb ik per ongeluk een dubbele afspraak voor deze middag gemaakt, zodat ik deze stagedag helaas om half 2 al moet afronden. Maar dan zit ik ook al aardig vol met indrukken…!

• Hoe helpt deze stage om de gemeente van de Beatrixkerk beter te leren kennen?
Een vast onderdeel van Edwins dagritme is een kort bezoekje aan zijn moeder na de eerste werkronde in Wageningen. Nadat hij de werkers in Wageningen bij het busstation heeft gesproken fietst hij terug naar Ede. Dan gaat hij via zijn moeder, zo tussen half 9 en 9, op weg naar het station van Ede-Wageningen. We spreken af dat ik gewoon met Edwin meega naar zijn moeder. Het hoort tenslotte bij zijn dag. Edwins moeder is ook gemeentelid bij de Beatrixkerk, en het is dus leuk haar ook even te spreken.  

• Wat spreekt je aan en wat absoluut niet?
Wat mij enorm aanspreekt aan dit werk is het ‘concrete’. Heel concreet komt iemand uit een heel moeilijke situatie (vaak allerlei pech en/of onhandige keuzes, waardoor zij nu in de bijstand zijn) en Edwin mag iemand helpen om basale vaardigheden te leren en/of te kijken naar wat een goed vervolg is (een vaste baan en/of werk-leertraject). Het traject is dus heel oplossingsgericht en afgebakend. In principe werkt iemand maar drie maanden bij Edwin. Samen met zijn collega begeleid hij deze mensen, die vaak nog redelijk jong zijn. Toch spraken we ook met iemand van begin 60. Zijn verhaal was best indrukwekkend. Jarenlang ‘gewoon’ werk gehad, maar toen het werk ophield, moest hij gedwongen eerst ‘de eigen woning opeten’ – kon geen ander werk vinden, raakte – mede door een scheiding – in de schulden, en zo in de bijstand. Een zware weg, die je blijkbaar ook maar zomaar kan overkomen…
Mooi als je dan iemand als Edwin tegenkomt bij een dergelijk project, die zijn werk niet zomaar als werk doet, maar vanuit diep gevoelde idealen iets wil betekenen voor een medemens die in een moeilijke situatie zit.
Wat mij niet aanspreekt in dit werk? Ik zou het niet zo goed weten. Vanuit mijn ervaring die ik destijds als hulpverlener had weet ik dat de wereld van hulpverlening soms wat bureaucratisch kan zijn. Ik heb Edwin er niet over gehoord, maar kan me voorstellen dat ook hij hier soms wel eens tegen aanloopt.

• Waar zie je raakvlakken met je eigen werk?
Ook in het pastoraat kan het soms zo zijn dat je een poosje intensiever met iemand oploopt. Toch stopt het in het pastoraat dan niet zo definitief; als het goed is blijf ik ze ook in de kerk wel zien, ook nadat een traject min of meer ‘afgerond is’. Verder is misschien een raakvlak de catechese, waarin ik jonge mensen wat probeer bij te brengen, zoals Edwin veel cliënten ‘onderwijst’.

• Edwin is re-integratiewerker. Hoe is hij daar zo terecht gekomen?
Edwin is gevraagd om dit werk te doen. Het bleek goed te passen bij wat hij al als piloot geconcludeerd had: ik wil niet langer boven deze wereld zweven, en ook niet alleen maar met de gegoede, geslaagde mensen te maken hebben – maar van betekenis zijn voor mensen die juist wel een helpende hand kunnen gebruiken. Re-integratiewerk bleek heel mooi aan te sluiten bij waar zijn gaven en passies liggen.

• Heeft hij dit werk altijd gedaan?
Nee, via de hinkstap-sprong hier een opsomming van Edwins loopbaan:  begonnen in de dierentuin, daarna via de politie (als wijkagent) piloot geworden, toen als reïntegratiecoach met ex-gedetineerden gaan werken, en nu tenslotte als reïntegratiewerker aan de slag. Veel aspecten van eerder werk blijken mooi op z’n plek te vallen in dit werk, waar Edwin bijzonder van geniet. Helaas lijkt het er sterk op dat door wijzigingen bij de overheid dit werk niet langer vanuit de overheid zal plaatsvinden maar via een ander bureau. Waarschijnlijk zal de functie van Edwin dan meer aansturend worden en minder rechtstreeks met de cliënten zelf. Omdat dit Edwin minder leuk lijkt zijn er nu nog gesprekken over hoe één en ander straks ook goed vorm kan krijgen.

• Wat voor opleiding is hier voor nodig?
Een specifieke opleiding re-integratiewerker bestaat als zodanig niet. Wel is het zo dat de meeste mensen die dit werk doen een opleiding in de sociaal-(juridische) hoek hebben. Er zullen maar weinig mensen zijn die zo’n gevarieerde CV hebben als Edwin. Toch blijkt deze loopbaan juist voor Edwin wel heel veel waardevols te hebben opgeleverd. Juist vanuit het werk in de dierentuin heeft Edwin mensenkennis kunnen opdoen (vanuit omgekeerd antropomorfisme – dus welk gedrag schrijven wij aan dieren toe wat typisch menselijk is – en wat laten dieren ons juist zien over hoe wij mensen zijn?) – en het werk als wijkagent heeft Edwin ook het nodige geleerd over hoe de samenleving in elkaar zit en ‘werkt’. Gesprekken hoog in de lucht met allerlei mensen hebben Edwin ook veel geleerd en letterlijk & figuurlijk anders naar de wereld laten kijken… Van veel wat Edwin heeft meegemaakt (ook privé) plukt hij nog dankbaar de vruchten.

• Hoe gaat het re-integratietraject in z’n werk?
Mensen worden aangemeld bij Edwin, die een gesprek met ze heeft om te kijken wat de problematiek en achtergrond is, en wat de doelen van het traject zouden kunnen zijn. Gedurende drie maanden heeft Edwin dan intensief contact met ze, tot er een passend vervolg gevonden is.
In het kantoortje in Wageningen zie ik op het prikbord een briefje hangen met zaken die van groot belang tijdens het (leer)traject zijn. Integriteit, verzorgdheid, betrouwbaarheid, respect, zelfstandigheid,…zomaar wat woorden waarover Edwin regelmatig met de cliënten in gesprek gaat. Het valt me op dat Edwin zeer begripvol en vriendelijk naar de cliënten kan zijn, maar soms ook streng en duidelijke eisen stelt.

• Welke mensen komen hier voor in aanmerking?
Mensen met een detentie-achtergrond, vroege schoolverlaters zonder diploma, mensen die om wat voor reden dan ook werkloos raakten – eigenlijk iedereen uit de bijstand die graag betaald werk wil kan in aanmerking komen voor dit traject, op weg naar betaald werk.

• Hoeveel mensen worden er uiteindelijk weer aan werk geholpen?
Tot nu heeft 56% weer betaald werk gevonden, dat is (zeker in vergelijking met vergelijkbare trajecten) een heel mooie score!
Deze halve stagedag bij Edwin was wat mij betreft bijzonder geslaagd. De ontmoetingen waren verrijkend. Het was bijzonder om de persoonlijke verhalen van mensen zelf te horen, en te zien hoe Edwin vanuit zijn idealen werkt. Edwin, ook voor de gezellige lunch bij jou thuis – en voor wat je hebt willen delen, bedankt!
En Betty, ook jij weer bedankt! Mijn stage zit er bijna op… Volgende maand nog één dagje… Ik zie uit naar het moment waarop mijn 10 stagedocenten en jij als stagebegeleider hier bij mij thuis komen voor een gezamenlijke ontmoeting waarbij ik iedereen graag nog eens bedank en mijn stage afrond.

Dag 6a

Op 3 juli heeft ds. de Jong een dag stage gelopen op het gemeentehuis bij wethouder Willemien Vreugdenhil (dag 6). Als weder bezoek heeft Willemien een dag meegelopen bij ds. de Jong. Hiervan het verslag.

Verslag van stagedag bij ds. Theo Pieter de Jong d.d. 5 september 2017
Twee dominees in een pastorie in Veldhuizen. Gastvrij en lachend opent ds. de Jong, Theo Pieter, de voordeur. Ik sta nog even het gedicht “Thuis” te lezen dat op de voordeur is aangebracht.
Als schot voor de boeg in dit verslag: ik ben onder de indruk van de gastvrijheid van dit gezin en ik bedenk me hoe bijzonder dit is. Theo Pieter legt uit dat hij er voor zijn gemeente en de stad Ede wil zijn en dat gastvrijheid daarbij een belangrijke uitdrukking is van deze bediening.
Gelukkig hebben Theo Pieter en Maarten (partner van Theo Pieter en ook dominee) onderling ook gesprekken over de ambtsopvatting en waar de grenzen liggen. Op één avond in de week en op vrijdag zijn ze allebei thuis en is er rust.
Hoe herkenbaar voor mij die zoektocht naar grenzen in de uitoefening van het ambt. Stromen mensen willen ook een wethouder spreken en ik wil er graag voor onze inwoners zijn: benaderbaar en vindbaar. Maar ook hoe moeilijk vind ik het om grenzen te stellen, tijd in te ruimen voor rust en ruimte. En dat is wel erg belangrijk. Jezus zelf ging ook vaak naar een eenzame plaats om te rusten en bij Zijn Vader te zijn.
De stagedag is trouwens een weder bezoek van mij aan Theo Pieter. Eerder liep hij een dagje stage met mij mee. Het verslag hiervan staat op de website van de Beatrixkerk (dag 6).
Van Betty de Jong heb ik van te voren een aantal vragen gekregen. Handig want ze geven structuur aan gesprekken en nu het verslag.

Algemene vragen:
• Hoe helpt deze stage om de gemeente van de Beatrixkerk beter te leren kennen?
De stage heeft me inzicht gegeven in het leven van de dominee. Van de gemeente zelf heb ik een klein stukje gezien. Een beetje indruk heb ik omdat ik pasgeleden in de dienst over het wapen van Ede heb meegedaan. Op de stagedag in de avond ben ik aangeschoven bij een vergadering van de commissie die het startweekend voorbereidde. Daarbij heb ik ook wat inzicht gekregen in de gemeente van de Beatrixkerk.
Wat me opvalt is dat er een heleboel wordt georganiseerd en dat geprobeerd wordt om de kerkdiensten levendig te maken. Ds. de Jong is erg enthousiast en heeft een grote passie voor zijn gemeente. Hij inspireert, moedigt aan en zet een heleboel in gang. Hij is bevlogen, visionair, en vol van de Liefde van God.  Andere kant van de medaille is (ook heel herkenbaar voor mij)  dat Theo Pieter veel zelf doet en wellicht te veel wil. ‘Less is more’ is een uitdrukking waar ik aan moet denken. Vooral omdat ik dit enthousiasme van mezelf herken en ik in mijn werk als wethouder soms terug krijg dat niet alles tegelijk hoeft. Samen met de gemeente hier een mooie balans in vinden is zeker mogelijk zo denk ik bij de vergadering over het startweekend waar ik aanschoof. Meer delegeren als dominee en samen met actieve kerkleden goed de draagkracht van elkaar in de gaten houden.
• Wat spreekt je aan en wat absoluut niet?
De menselijke kant van het werk spreekt me aan. Als dominee heb je veel met mensen te maken. We gingen deze dag ook op huisbezoek bij een oudere dame van de gemeente. Het is heel mooi om dit te kunnen doen. Mensen ontmoeten, bemoedigen en er voor hen zijn. Maar ook ontvangen. Bij de oudere dame heb ik geleerd wat ‘slenderen’ is (een soort triltafels waar mensen hun spieren kunnen lostrillen) en heeft de levensgeschiedenis van deze dame veel indruk op me gemaakt. We hebben erg gelachen samen met de dame en toen we wegliepen bij de seniorenwoning voelde ik me een snotneus, die nog maar net komt kijken.
Wat me minder aanspreekt is dat werk en privé erg dicht bij elkaar liggen. Er wordt denk ik veel van een dominee en zijn gezin gevraagd en werk en privé lopen best door elkaar. Ik ben blij dat als ik het gemeentehuis uitloop en ik naar mijn kindjes ga, ik ook ‘klaar’ ben.
• Waar zie je raakvlakken met je eigen werk?
Een dominee en een wethouder zijn allebei leidersfiguren. Mensen verwachten ook leiderschap. Ik denk dat beide beroepen een soort van roeping hebben, want beide beroepen vergen veel liefdewerk oud papier. Je moet denk ik veel kunnen incasseren en vaak ben je op zoek naar wijsheid, gezien de lastige vragen die er op je af komen.

Specifieke vragen:
• Hoe kijkt Theo Pieter aan tegen de rol/taak/functie van de kerk binnen de gemeente Ede?
Theo Pieter heeft een heel gulle en onbaatzuchtige ambtsopvatting. Hij geeft zich 100% voor de gemeente. Daarin loopt hij hard en is heel erg enthousiast.
Maarten zijn partner is ook dominee. Wat ik mooi vond om te horen is dat ze beide hun ambt anders invullen en dat ze hierin elkaar kunnen spiegelen en helpen. Volgens mij helpt Maarten Theo Pieter om zijn grenzen te bewaken.
Wat ik ook heel mooi vind, zijn de verschillende kerkelijke invloeden in de pastorie: ik heb een prachtige toga met kleuren zien hangen en een mooie gebedshoek op zolder zien staan. Ik denk dat Theo Pieter in zijn spiritualiteit veel put uit de schoonheid van verschillende kerkelijke tradities.
Voor wat betreft de rol van de Beatrix kerk in Ede, ziet Theo Pieter als voornaamste functie ‘de lofzang gaande houden’. De lofzang voor God die woont in de lofzang van zijn kinderen (dat staat in de Bijbel).
• Wat ziet hij daar van terug en wat zou nog beter kunnen?
We hebben veel met elkaar gepraat, maar ik vind het altijd spannend om zo’n vraag te beantwoorden voor een ander. Ik doe het voorzichtig: Ik denk dat Theo Pieter heel duidelijk vanuit de voornaamste functie van de kerk ‘de lofzang gaande houden’ naar kerkzijn van de Beatrixkerk  kijkt. Hij heeft een duidelijke missionaire inslag en is actief in de gebedsgroep (interkerkelijk) van pastores binnen de gemeente Ede. Hij is open minded en heeft zijn blik naar buiten.
Wat denk ik nog beter kan is deze passie en missie in balans brengen met de draagkracht van de vrijwilligers die kerkenwerk doen. Hoe houd je een lange adem en voldoende draagkracht van meer mensen om alle activiteiten te organiseren?. Heel mooi vind ik dat jongeren en ook jonge ouders een rol pakken. Ik had nog niet eerder van “kerk op schoot” gehoord, een soort dienstje voor hele jonge kindjes. Dat is heel mooi en maakt dat jonge ouders met hun kroost zich inzetten voor de kerk. 
• Hoe houdt hij zijn vrije tijd in de gaten in een gemeente waar veel speelt en die veel van hem vraagt, met andere woorden, hoe bewaakt hij zijn grenzen?
Daar heb ik al eerder over geschreven. Zie boven.
• Heeft hij een vaste vrije dag/avond waarop hij geen dingen voor de kerk hoeft te doen?
Ja, zie boven. Volgens mij houden Theo Pieter en Maarten ook van sporten en zijn ze regelmatig in de sportschool te vinden. En natuurlijk heeft Theo zijn prachtige kever, die ook bij de pastorie in de garage kan staan. Dat is denk ik ook een hobby waar hij veel plezier aan beleeft.
• Waar houdt hij zich mee bezig als hij vrij is?
Zie vorige vraag. Ook heeft hij vrienden waar hij even helemaal Theo Pieter kan zijn. En even geen dominee. Dat is natuurlijk ook heerlijk om zulke vrienden op te zoeken als je een dag vrij bent!

Dank je wel Theo Pieter de Jong voor de stagedag. Ik vond het leerzaam en gezellig. Heel veel sterkte, wijsheid en zegen in je prachtige werk. En lieve gemeente van de Beatrixkerk, jullie zijn een prachtige gemeente die blij mag zijn met zo’n pure, authentieke en bevlogen dominee. Ik hoop en bid dat jullie heel veel geluk samen zullen ervaren en tot eer van God en tot zegen van de stad zullen zijn. Tot slot, dank Betty voor de vragen en de stagebegeleiding.

Dag 8


Stagebegeleider:  Jan Bosch, gepensioneerd buurtbetrokken bewoner
Datum: 4 september 2017

Deze stagedag is ook al weer anders dan de andere dagen – want eigenlijk bestaat deze dag uit ‘twee dagen’. En ik loop niet mee met iemand in een reguliere baan, maar in een aantal ‘buurtbezoeken’ en in tientallen jaren ‘buurtervaring’…
En trouwens, deze stagedag is nog niet voorbij, er komt nog een vervolg, zo spraken we af! 
Al ruim voordat mijn achtste stagedag aanbreekt belt Jan me op. Vanuit zijn voormalige voorzittersrol van belangenvereniging Steinwijk kent hij de voorzitter van de Marokkaanse Moskee nog en vraagt mij of ik het leuk zou vinden om als onderdeel van de stagedag een bezoek aan de moskee te brengen. Daar hoef ik niet lang over na te denken, ‘graag!’
Vanwege de vakantie van de voorzitter is de vraag of ik dan ook een week eerder zou kunnen komen, want hij wil ons graag zelf een rondleiding geven in de moskee. Zodoende zit ik op maandagmiddag 28 augustus aan tafel bij de voorzitter van de Marokkaanse moskee. Ik waan me gelijk even in het buitenland en luister geboeid naar hoe hij vertelt over het reilen en zeilen in de moskee.

• Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen?
Deze stagedag helpt niet zozeer om de gemeente in de Beatrixkerk te leren kennen – maar wel een gedeelte van Ede als plaats en wat daar zoal speelt. Technisch gezien valt deze wijk (Steinwijk als deel van Veldhuizen) niet bij het ‘grondgebied’ van Ede – maar het is toevallig wel de plaats waar ik zelf woon en meerdere gemeenteleden met mij. De geschiedenis van de moskee (ik mag er binnenkort nog een vrijdaggebed bijwonen), de diverse samenstelling van de wijk in bebouwing en bewoners – de verhalen van import of juist oud-Edenaar, het is iets wat eigenlijk wel op meerdere Edese wijken van toepassing is. Tijdens deze stagedag fiets ik een paar keer door de wijk en denk aan het oude liedje wat ik op de Middelbare School geleerd heb;

Dit, dit is de wereld; de wereld waar ik in woon.
Hier zijn de treden te zien van Gods troon.
Wie hier omhoogklimt, vanuit het gedruis,
ontwaart de contouren van 't Vaderlijk huis!

De daken met hun wirwar van antennes,
het ronken van een vliegtuig in de nacht.
't Reclamewoord, dat telkens aan en uitflitst;
't verkeerslicht waar ik dagelijks voor wacht.

Het flatgebouw met helverlichte vensters,
dat schittert als een lichtzuil in de nacht.
En daaromheen, veel hoger dan de huizen,
oneindigheid en verre sterren pracht.

De hele wereld houdt Hij in Zijn handen;
Hij spreekt in stilte en in stadsgerucht
van liefde en genade en erbarmen
voor ieder, die in wanhoop naar Hem vlucht.

Miljoenen sterren wil Hij laten gloeien
als bakens in de golven van 't bestaan;
om koers te kunnen houden naar de haven,
aan 't einde van de wereldoceaan.
 
• Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet?
Jan is geen betaalde buurtwerker – in die zin gaat het op deze dag niet om ‘werk’. Wat me aanspreekt in zijn houding en rol hier in de buurt is die van betrokken buurtbewoner die ‘het goede voor de stad zoekt’ (zoals we op 27 augustus in de dienst vanuit de lezing in Jeremia hoorden – terwijl we stil stonden bij het raam met het wapen van Ede).
Jan helpt 3, 4 buurtbewoners om hem heen met het verplaatsen van de container, vegen van de stoep bij sneeuw, etc. etc.
Wat me niet aanspreekt – weet ik eigenlijk niet. Ikzelf hoop ook een goede buur te zijn en probeer, waar ik kan, onderlinge verbondenheid te stimuleren.

• Waar zie je raakvlakken?
Een buurtbezoekje bij mensen die het moeilijk hebben lijkt misschien al snel op een kerkelijk bezoekje/pastoraal bezoek. De onvoorwaardelijke luisterende houding is niet voorbehouden aan pastores – eigenlijk is het heel mooi dat dat vloeibare grenzen zijn. Wanneer zijn we als gemeentelid ‘in functie’ en wanneer doen we iets ‘seculier- als vrijwilliger’… ? Is daar wel zo’n scheiding te trekken? Het streven naar een dienstbare levenshouding is denk ik het grootste raakvlak.

• Meneer Bosch is met pensioen. Wat voor werk heeft hij gedaan?
Vanuit Jan’s werk in de technische hoek kwam Jan na zijn dienstplicht tijd blijvend te werken bij de Kon. Luchtmacht, eerst bij de brandweer – en later met name in de logistieke hoek (het regelen van transporten van militair personeel en materiaal  naar onder andere Canada – en in betrokkenheid bij bijvoorbeeld de Golfoorlog). Eén van de aspecten van Jan’s werk waar hij veel voldoening in vond was zijn rol als vertrouwenspersoon bij Defensie. Hierin kon hij heel concreet wat voor anderen betekenen, wat hij erg graag deed.

•         Wat heeft meneer Bosch gedaan om na zijn pensioen invulling te geven aan zijn vrije tijd?
Zoals veel opa’s en oma’s pasten Jan en Coos regelmatig (wekelijks) op hun kleinkinderen.
Omdat Jan, net als Anne (mijn vorige stagedocent) ook als werknemer bij Defensie betrekkelijk jong met pensioen ging, was er genoeg ruimte voor wat nieuws.  Een groot deel van zijn vrije tijd kon Jan toen gaan besteden aan vrijwilligerswerk, vooral (uiteraard, gezien zijn achtergrond) van organisatorische en besturende aard. Ook heeft Jan veel plezier in het werken in zijn tuin (waarbij vooral snoeikunst een hobby is). Veel vrijwilligerswerk heeft Jan gedaan als ambtsdrager – eerst in de Open Hof, later in de Beatrixkerk.  Jan sport graag, houdt van puzzelen – en heeft samen met Coos lange tijd bij een koor gezongen. Naast  het vrijwilligerswerk is Jan 13 jaren werkzaam geweest in de uitvaartzorg. Toch gaat het vandaag, op mijn stagedag, vooral over het buurtwerk wat hij hier in de belangenvereniging (als voorzitter) mocht doen.

•         Heeft meneer Bosch altijd in Ede (Veldhuizen) gewoond?
Nee, Jan is geboren in Heelsum – waar hij de evacuatie na de landing op de Ginkelse Heide aan het eind van de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt. Het gezin Bosch had een 6-tal Joodse onderduikers – en moesten gezamenlijk evacueren. De laatste winter van de oorlog bracht het gezin Bosch door in Stroe. Na de oorlog keerde het gezin weer terug naar het compleet in puin geschoten dorp. Na zijn scholing ging Jan al op betrekkelijk jonge leeftijd werken. Voor de vervulling van zijn dienstplicht kwam hij te werken bij  de Kon. Luchtmacht, onder andere bij de brandweer. Kort na het trouwen verhuisden Jan en Coos voor zijn werk naar Hoogerheide, waar zij na een half jaar (vanwege de woningnood) ook eindelijk een woning vonden. Na zes jaar keerden ze terug naar deze streek, en vonden een appartement aan de Mariëndaal. Tenslotte konden ze een stuk bouwgrond kopen aan de Weerdestein, waar ze met behulp van velen een huis  hebben gebouwd  en daar nu nog steeds met veel tevredenheid wonen.
 
Geschiedenis: (Wikipedia)
Ede-Veldhuizen is in de Middeleeuwen ontstaan als een buurschap buiten het dorp Ede. De inwoners van de buurt droegen onder andere zorg voor onderhoud van de wegen en de waterhuishouding. De buurschap werd bestuurd door de geërfden van de buurt en stond onder leiding van de "Buurtrichter". In de buurspraken werd regelgeving opgesteld, de zogenaamde "keuren", die werden uitgevoerd door de "Buurtmeesters". In Veldhuizen waren er vier buurtmeesters. Twee uit de buurt en twee uit het dorp Ede. Handhaving geschiedde door de "Buurtscheuter", die overtredingen mocht beboeten. De "Buurtschrijver" deed verslag van de buurtspraken en overige correspondentie. Het oudst bewaard gebleven Buurtboek van Ede-Veldhuizen begint in het jaar 1596. Het gebied van de buurt Ede-Veldhuizen was veel uitgestrekter dan de tegenwoordige woonwijk. De buurt is de enige Edese buurschap waarvan de organisatie tegenwoordig nog bestaat, al heeft de buurt tegenwoordig nauwelijks nog bezit. Het moet vooral worden gezien als een stuk cultureel erfgoed. In het verleden werd er buurtspraak gehouden in het koor van de Oude Kerk. Tegenwoordig is er een jaarlijkse buurtspraak op de derde donderdag in september op wisselende locaties. Alle inwoners van Ede die binnen de historische grenzen van de buurt wonen en in het bezit zijn van een woning op eigen grond, of een bunder land, hebben inspraak.
 
•         Wat weet meneer Bosch van bovenstaande geschiedenis en is hij ook betrokken bij de jaarlijkse buurtspraak?
Jan kent deze jaarlijkse buurtspraak. Toch is de belangenvereniging Steinwijk hier niet bij betrokken. Zelf is hij ook nog nooit bij deze avonden geweest en kan dus niet vertellen wat daar zoal wordt besproken.

•         Meneer Bosch kan veel vertellen over de wijk Veldhuizen en de moskee. Hoe is hij bij de moskee betrokken geraakt?
Toen de Marokkaanse gemeenschap in Ede zo groot geworden was dat de gebedsplek in de Driehoek (bij de Oude Kerk) niet groot genoeg meer was, ontstond er een jarenlange, onrustige en onplezierige zoektocht naar een goede, geschikte plek waardoor het beeld ontstond dat deze groep mensen ‘nergens welkom was’. Ook in de Steinwijk – waar de gemeente Ede aanvankelijk een stuk grond had aangewezen (naast de Vrijgemaakte Ontmoetingskerk) riep de mogelijke komst van een moskee de nodige reacties op.
Jan en ik bezoeken een familie (Open Hof-leden) die ‘groot voorstander’ van de komst van de moskee waren.  Maar ook waren er mensen fel tegen. Een groep mensen start een handtekeningenactie. Dit spontane buurt-initiatief heeft meer sturing en balans nodig – en in de zoektocht naar mensen die leiding aan dit proces kunnen geven komt men bij Jan Bosch terecht – die deze taak oppakt. Samen met een aantal buurtbewoners hebben zij de huidige Buurt Belangenvereniging  Steinwijk opgericht.  Met een aantal politieke  partijen in de gemeente  wordt gekeken naar de mogelijkheden en wensen. Uiteindelijk komt men bij het oude zwembad terecht (wat nog geen nieuwe bestemming had) – als veel geschiktere locatie. Alle betrokkenen lijken bijzonder gelukkig met deze uiteindelijke keuze, en dat geeft uiteraard veel voldoening!

Jan, bedankt! Ik heb genoten om met jou naar de moskee te gaan, zie uit naar de uitnodiging om nog eens een vrijdaggebed te mogen bijwonen en ben je dankbaar voor het regelen van bezoeken bij diverse buurtbewoners en bij de Slunterhof.
Erg leuk om eens in de Slunterhof te hebben gekeken! Leuk hoe men al helemaal klaar zat en op ons bezoek wachtte! En wat was het bijzonder om een 102-jarige dame te bezoeken. Wat indrukwekkend om te merken hoe helder zij sprak en blijkbaar dus ook elke zondagmiddag (niet eens als lid van onze gemeente) onze diensten luistert.
Tot slot, ook bedankt voor het bij jullie mogen mee-eten, ik voelde me erg welkom!

Betty, erg leuk hoe je invulling geeft aan het ‘Stagecoördinator-zijn’. De stage zit er bijna op, nog twee dagjes, en dan komt de slot-bedankt-avond, ik heb er nu al zin in om al die verschillende ‘stagedocenten’ bij elkaar te zien en met elkaar in gesprek te brengen…!  

 

Dag 7


Stagebegeleider: Anne Hendriks, Medewerker Toyota Garage van Gent, Ede
Datum: 9 augustus 2017

Inmiddels al de zevende stagedag. Weer een maand verder, het jaar vliegt voorbij… Deze keer maak ik mijn boterhammetjes klaar en pak uit de garage mijn overall. Een garage… ben benieuwd!
In alle vroegte cross ik op mijn fiets door Ede, om op tijd bij Anne te zijn. Samen fietsen we over het industrieterrein naar gebieden waar ik nog nooit geweest ben. En daar staat dan de grote Toyota-garage. Een paar broers (van Gent) begonnen 50 jaar geleden in een boerenschuur met het bedrijf – en inmiddels zijn er twee grote vestigingen met 70 man personeel. Een mooi pand, allemaal glanzende auto’s en een prettige sfeer. Al tijdens de rondleiding raken Anne en ik in gesprek over dat ene aspect wat dit bedrijf steeds met stip boven in het vaandel wil houden. Beter een tevreden klant die zónder auto de winkel verlaat, dan iemand een auto aansmeren. Het ‘goede gevoel’ is het belangrijkst. Nu kun je daar smalend over doen, als iets softs, maar ’t lijkt mij een mooi en wijs uitgangspunt. Maar hoe vertaal je zo’n principe als klanttevredenheid naar de kerk toe? Is dat het belangrijkst voor een gemeente?

• Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen?

Anne vertelt me over het werk wat hij voor de gemeente doet en gedaan heeft. Het is leuk om in zijn verhalen weer andere namen te horen. Namen die al bekend zijn en namen die ik nog niet zo veel gehoord heb.

• Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet?

Het is mooi om wat meer te horen over de nieuwste modellen en nieuwste technieken in de auto-branche. Het is duidelijk dat ik een zwak heb voor old-timers en mijn eigen kevertje – toch kan ik ook best genieten van mooie nieuwe glanzende, strak vormgegeven auto’s. Het is leuk om eens in een Hybride te mogen rijden (eerst dacht ik dat de auto niet wilde starten, totdat ik doorhad dat de auto al lang aan was…  ). Het mooie van Anne’s werk is dat hij op allerlei plekken in Nederland komt om auto’s op te halen of weg te brengen. Wat me niet zo aanspreekt in het werk… ik zou het eigenlijk niet weten… Misschien zou ik daarvoor langer dan één dag mee moeten gaan met Anne. Ik ben in ieder geval niet technisch genoeg voor dit werk, dat is wel zeker.

• Waar zie je raakvlakken?
Moeilijk te zeggen. Misschien is een ‘raakvlak’ dat Anne met verschillende vestigingen te maken heeft – en ik zo ook bij verschillende ‘vestigingen’ kom? Gisteren moest ik in Groningen voorgaan – het is leuk om af en toe eens bij een andere gemeente te kijken;  zo komt Anne ook bij diverse garage’s/Toyota-dealers.

• Hoe is Anne zo bij de Toyota garage terecht gekomen?

Anne is actief betrokken bij de schietvereniging. Toen Anne na zijn pensionering (bij militairen is dat altijd een stuk vroeger dan bij anderen) thuis was en eigenlijk het liefst weer aan de slag zou gaan ergens suggereerde de voorzitter van de schietvereniging dat hij eens bij van Gent langs moest gaan omdat ze daar wellicht nog wel iemand konden gebruiken. Anne had daarvoor al een korte tijd bij een sneltransportbedrijf gewerkt, maar dat beviel niet zo. Maar van Gent bleek bijzonder goed te passen...!

• Wat vindt hij hier het leukst aan?

Wat voor Anne erg belangrijk is, is de sfeer in het bedrijf. De houding naar klanten, de onderlinge collegialiteit – het is erg goed. Dat vormt de basis van werkplezier, zo merk ik heel duidelijk bij Anne.

• Hij heeft een 0-uren contract. Hoe vaak wordt hij gebeld om te werken?

Anne vermoed dat hij al met al gemiddeld eigenlijk voor 70% werkt. En dat bevalt hem prima.

• Wat zijn die werkzaamheden zoal?

Het grootste gedeelte van zijn tijd doet hij transport van auto’s. Door er zelf in te rijden of door ze met de auto-ambulance mee te nemen.  Verder werkt Anne ook in de garage door bijvoorbeeld borden op te hangen in de showroom, stellagerekken te maken voor in het magazijn, etc. etc.  In contracttaal heet dat ‘voorkomende werkzaamheden’.

 Zijn eigenlijke baan was bij de luchtmacht. Hoe kijkt hij daar op terug?

Met veel plezier! Natuurlijk is het werk wat emotioneel best veel van mensen vraagt – en ook Anne is een poos thuis geweest, burn-out. Toch was niet alleen het werk daar debet aan. Voorafgaande aan de burn-out had Anne een uitzending, een jaar lang alle vrije tijd opgeofferd aan de schietvereniging met de bouw van een clubhuis, was hij een jaar naar de VS geweest met zijn gezin om daar in opleiding te zijn, had hij lesprogramma’s gemaakt en nog een aantal uitzendingen naar het buitenland. Alles bij elkaar bleek dat toch veel te veel te zijn.
Het werk bij de Luchtmacht was dus wel zwaar – maar het was vooral de combinatie van alles waardoor Anne last kreeg van een burn-out. Daarom kijkt Anne dus toch wel met veel plezier terug op het werk zelf.  Hij heeft het graag en met volle inzet gedaan, want het was mooi werk. Als ik Anne vraag of hij het werk dan niet mist, is het antwoord, ‘nee’. Het was goed en mooi om te doen maar je weet dat het ook een keer stopt – en dat is ook prima. Bij veel dingen in ’t leven is het zo dat je er zelf wat van moet maken – en dat heb ik ook geprobeerd. En nu weer. En dat gaat gelukkig prima.

• Zou hij hier weer voor hebben gekozen als hij een beroepskeuze moest doen?

Zoals het werk toen was, toen wel. Maar tegenwoordig is er veel veranderd bij defensie. Dat is het ‘werkplezier’ helaas niet ten goede gekomen. Er worden bijvoorbeeld nu ook nog maar alleen contracten voor 6 jaar gegeven. Oudere mensen zijn te duur. En dat is jammer.

• Hoe is het om christen te zijn in zo’n stoere mannen wereld?

Volgens Anne is dat niet zo veel anders dan bij een andere organisatie, zoals bijvoorbeeld bij een ziekenhuis. Het leger heeft wel de naam een macho-gebeuren te zijn met weinig plaats voor emoties, maar dat valt reuze mee. Ook het geloof heeft een volledig ‘geaccepteerde’ plek. Er is natuurlijk de geestelijke dienst, met aalmoezenier en dominees en tegenwoordig ook imams.
We praten wat door over de Bijbel en het leger. Johannes de Doper heeft een woord speciaal voor soldaten, en Paulus schrijft over de overheid die ‘het zwaard draagt’. Hoe verhouden het geloof en de uitspraken van Jezus zich tegenover het doden van mensen, wat in een oorlog en met wapens doelgericht gebeurt? Zijn er ‘rechtvaardige oorlogen’ en ‘onrechtvaardige oorlogen’? Boeiende vragen! De ethiek rondom het militaire gebeuren – het is goed om daar alert in te blijven, ook vandaag in een tijd van terroristische aanslagen en toenemende bewapening. 

• Wat houdt hem bezig als hij niet werkt?

Anne leest graag, lost graag een kruiswoordpuzzeltje op, maakt bouwplaten, geniet van het oppassen op zijn kleindochter, rijdt als het even kan op één van z’n twee motorfietsen, heeft een verzameling bijzondere vulpennen en zet zich al jaren in voor de schietvereniging.

* Wat is volgens Anne een ideale gemeente?

De laatste vraag voeg ik zelf aan ons vragenlijstje toe. Anne hoeft er niet lang over na te denken. Dat is een zorgzame gemeente. Een gemeente die naar elkaar omziet.
Het doet me denken aan de klanttevredenheid waarmee ons gesprek deze dag begon. Misschien heeft dat toch wel iets met elkaar te maken. Je gezien, gekend en gewaardeerd weten.
Bij welke kerkdiensten gebeurt dat het meest, zo vraag ik. Welke kerkdiensten heb jij het meest aan?
Opnieuw weet Anne vrij snel wat dat voor hem is. Dat zijn de diensten waarin we samen het Heilig Avondmaal vieren. Regelmatig emotioneert me dat. Dat Gods liefde zó ver gaat en zó dicht bij wil komen. Bijzonder…!

Anne, bedankt! Het was mooi en goed om een dag met je op te trekken. Bedankt voor je openheid en ook voor je vragen aan mij!

En Betty als Stagecoördinator, natuurlijk ook weer bedankt!

ds. Theo Pieter de Jong

Dag 6


Stagebegeleider:  Willemien Vreugdenhil, wethouder, Ede
Datum: 3 juli 2017

Na mijn vakantie begint mijn werkweek weer goed. Ik mag namelijk een dagje stagelopen op het gemeentehuis. Politiek heeft me altijd al bijzonder geïnteresseerd, en nu mag ik vandaag in de ‘politieke keuken’ kijken van mijn woonplaats…! Ik ben allereerst verbaasd dat ik dit als dominee mag doen en heb er erg veel zin in! De eerste ontmoeting die ik met mw. Vreugdenhil had was al prettig, en ik denk dat dit een leuke dag gaat worden!

N.B. vanwege de leesbaarheid van dit stageverslag, en mede aangespoord door de ‘toegankelijke houding’ van wethouder Vreugdenhil, zal ik verder in dit stageverslag over haar spreken met haar eigen naam, Willemien.

  • Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen? 

Het grappige  van deze stagedag is, is dat ik strikt genomen niet met een gemeentelid een dagje meeloop. Willemien is niet lid van de Beatrixkerk, wel van een gemeente die qua identiteit dicht bij de onze staat; de Brinkstraatkerk in Bennekom. Ik raakte met Willemien in gesprek na mijn bevestiging als predikant van de Beatrixkerk. Aanvankelijk zou Willemien namens het college van B&W de dienst bijwonen – maar op het laatste moment was zij verhinderd. Ik kreeg echter een vriendelijke kaart waarin ze dat vertelde en mij uitnodigde om dan maar eens op het gemeentehuis (of… stadhuis? Ede is inmiddels een dorps met Stadse omvang…!) langs te komen om kennis te maken. Dat deed ik. Tijdens die kennismaking kwam het gesprek onder andere op mijn ‘Stage 10-daagse’ waardoor ik de gemeente en Ede beter wilde leren kennen. Spontaan bood Willemien aan om dan ook een dag bij haar ‘stage te lopen’. Deze stagedag leer ik dus vooral Ede als plaats (met bijna alles wat daar op politiek niveau speelt) kennen. Mijn eerste leer-moment is de ‘effectieve methode’ van Willemien in het snel kennis maken met mensen. Bij een aantal mensen die bij Willemien op ‘spreekuur’ komen vraagt ze hen: ‘vertel eens wie jij bent en wie je ouders waren?’ In korte tijd leer je elkaar dan goed kennen…!

Terzijde: het leuke is dat Willemien na de stagedag aan mij vroeg of het andersom ook mogelijk is, om met mij als dominee een dagje mee te lopen… Ik vind het een leuk verzoek, en die dag gaat nog gepland worden…!

  • Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet? 

De diversiteit van het werk, het op de hoogte zijn van vrijwel alles wat de hele breedte van de samenleving aangaat en de invloed die je heel concreet kunt hebben om iets aan dingen te doen en ze te veranderen, dat spreekt me bijzonder aan! Zelfs het politieke spel, tussen coalitie en oppositie lijkt me op een bepaalde manier erg leuk. Aan de andere kant zou ik de enorme werkdruk wel zwaar vinden. Ook zou ik het erg moeilijk vinden om te merken dat er altijd wel ergens tegenstand is. Je moet soms als wethouder ook onpopulaire beslissingen nemen, en kunt het niemand helemaal naar de zin maken.

  • Waar zie je raakvlakken? 

 Dat laatste is gelijk wel een overeenkomst. Als dominee moet je ook niet uit zijn op populariteit; want er zullen altijd gemeenteleden commentaar op je hebben. Mijn docenten leerden me daarom al om dus niet gericht te zijn op het ‘dienen van de gemeente’ maar dienen van God. En God vraagt me goed voor Zijn gemeente te zorgen. Maar wel in dié volgorde.  Anders raak je uitgeput. Blijf dus dicht bij je eerste roeping, of, wat seculierder gezegd: blijf dus bij je taak. En pas op voor de verleiding van het ‘pleasen’.
Wat mij verder aanspreekt is dat Willemien bij de vele mensen die ze spreekt steeds weer aangeeft dat ze graag van elke volgende stap op de hoogte gehouden wil worden. Zo houdt ze goed overzicht en tegelijk is het een teken van betrokkenheid. En het is fijn als dingen gewoon transparant zijn.  

  • Wanneer léés je alles…??

 Deze vraag heeft Betty mij niet meegegeven, maar die komt al gauw bij mij op als ik gedurende de dag het éne na het andere overleg meemaak, en zie welke pakken papier er op tafel komen – al de rapporten, nota’s, visie-stukken, notulen, etc. etc. Als er na verloop van tijd even een korte pauze is en ik Willemien weer wat vragen kan stellen vraag ik haar hoe ze aan zo’n ‘dossierkennis’ komt? Willemien verstaat gelukkig de kunst om ergens snel de kern uit te halen, zonder alles minutieus te hoeven lezen. Bezat ik die vaardigheid maar, bedenk ik me terwijl ze me uitlegt hoe ze dat doet. Verder is de zondagavond een beetje een avond waarop ze nog wel eens wat doorleest, voor de ‘vergader-maandagen’.

  • Willemien heeft veel portefeuilles onder zich. Hoe krijgt ze dat allemaal klaar?

Veel heeft te maken met een praktisch slim aangepakt ‘time-management’, en goede hulp van de notulist/bestuurssecretaris en de secretaresse. Verder heeft Willemien al een lange ervaring in ‘multi-tasken’; ze behaalde een master in Media en Geschiedenis, heeft drie jaar klassieke zang gestudeerd, en heeft daarna toch voor de politiek gekozen. Aanvankelijk in de landelijke politiek (Den Haag) – kwam toen op de Christelijke Hogeschool Ede terecht, en vandaaruit werd de stap naar de lokale politiek hier in Ede gemaakt. Dit hele traject heeft Willemien, vermoed ik zo, ook wel geleerd om te schakelen en naast een gezin ook efficiënt tijd in te delen.

  • Willemien heeft ook veel onbetaalde nevenfuncties. Horen die bij de taak van een wethouder?

 Ja, eigenlijk wordt er van de wethouder ook wel verwacht dat een aantal onbetaalde nevenfuncties vervuld worden. 

  • Willemien heeft eens gezegd dat het openbaar bestuur haar grote passie is en dat ze de vier uitgangspunten van het CDA mee laat resoneren bij alles wat ze doet: rentmeesterschap, gespreide verantwoordelijkheid, gerechtigheid en solidariteit. Kan ze hier aan vasthouden als wethouder? In een plaats waar niet iedereen christen is, hoe kun je dan de waarden en normen van het CDA behouden?

  Eén van de leuke dingen aan politiek en openbaar bestuur is voor Willemien de ontmoeting, het (respectvolle!) gesprek en debat. In een debat mag je proberen elkaar te overtuigen. Maar uiteindelijk gaat voor Willemien hier ook het woord uit de Bijbel op, dat ‘ieder in zijn eigen geweten ten volle overtuigd is’. (Uit de Korinthebrief, n.a.v. het gesprek over of het wel of niet geoorloofd is om offervlees te eten, TP)

Een Bijbelvers wat Willemien hierin erg aanspreekt de oproep aan de Filippenzen, ‘laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen’. Christelijke politiek heeft minstens zoveel met je houding en integriteit als politicus te maken, als met je standpunten. In de Bijbel staan voor politici dan ook wijze adviezen, vooral in de wijsheidsliteratuur. Eén daarvan is bijvoorbeeld ‘in de veelheid van raadgevers ligt de overwinning’ (Spreuken 11 en Spreuken 24, TP). Tot slot is ook het advies van Paulus aan de jonge Timotheüs voor Willemien betekenisvol; ‘Laat niemand u geringschatten vanwege uw jonge leeftijd’.

  • Waar ziet ze zichzelf over 5 jaar?

Eigenlijk heeft Willemien daar helemaal nog niet zo’n vastomlijnd beeld bij. Als ik opper dat ze ook had kunnen solliciteren naar de functie van burgermeester, geeft ze aan dat dat niet perse haar ambitie is en wijst daarbij op de slogan: ‘streef niet naar hoge ambten maar naar de vaardigheden om die te vervullen’… Da’s een mooie, bedenk ik me…

TERUGBLIK;
Inmiddels is het 24 juli. De stagedag ligt al weer enkele weken achter me.  Het was mooi om zo een dag bezig te zijn met veel zaken die veel gemeenteleden raken. Ik heb een beter zicht gekregen op de lokale politiek. Ik heb begrepen dat in 2010 de confessioneel christelijke partijen in Ede voor het eerst niet meer in de meerderheid waren. Ik kan me zo voorstellen dat dit ook een grote impact had op veel mensen in Ede.
Het was boeiend om in de lunch even met Willemien door het centrum te lopen. Ik realiseerde me, terwijl wij een paar ‘bekenden’ groetten dat we beiden min of meer een ‘publieke rol’ vervullen – op wel een heel verschillende manier. Dat was boeiend om te ervaren en over van gedachten te wisselen.
Het was interessant om de lange, lange on-onderbroken stroom van overlegjes op maandagmorgen mee te maken. Steeds opnieuw schoven weer een paar mensen aan de tafel aan, terwijl de vorigen nog in gesprek met Willemien waren, wat zaken doornamen, en weer vertrekken, terwijl de volgende al weer aangeschoven waren, etc. etc. Af en toe even een paar seconden pauze, en door maar weer…!
Boeiende wetenswaardigheden over zaken als verkeersplanning, energie-verbruik-feitjes en nationaal erfgoed hier in de gemeente, van alles passeerde de revue..!
In de avond mocht ik een CDA-raadsvergadering bijwonen, en viel me direct de eer te beurt de vergadering te besluiten met bijbellezing en gebed.
Het was al met al spannend om zo dicht in de politiek bezig te zijn – meestal huldig ik het standpunt dat een predikant zich niet teveel met politiek moet bemoeien. Nog niet eens zozeer vanwege een overspannen interpretatie van die scheiding tussen kerk en staat, maar meer omdat ik de mogelijkheid reëel acht dat op zondagmorgen ik in de kerk kiesgerechtigden tegen kan komen die op ál die politieke partijen in ons land stemmen, variërend van links tot rechts. Mijn eigen politieke voorkeur dien ik daarom voor mijzelf te houden…  Hoe dan ook, tijdens mijn zesde stagedag mocht ik toch even van heel dichtbij die boeiende wereld van de politiek van dichtbij meemaken. Ik heb er veel van geleerd en ben dankbaar dat we in een land leven met een redelijk gezond functionerende democratie…!

Wethouder, bedankt! Erg leuk dat je ook bereid bent om in de Overstapdienst op 27 augustus, als we in de dienst zullen kijken naar het raam met het wapen van Ede, iets te vertellen…! Welkom!

En Betty als Stagecoördinator, natuurlijk ook weer bedankt!

ds. Theo Pieter de Jong

 Dag 5


Stagebegeleider:  Henk Wildschut, docent IVA, Driebergen
Datum: 2 mei 2017

In 1998 hoor ik voor het eerst over het IVA. Op een conferentie met nog 800 jongeren spreek ik ’s avonds in de bar over wat we in ’t dagelijks leven doen. Eén jongen vertelt dat hij een opleiding doet aan het IVA. De groep reageert lacherig. Zijn broer noemt het spottend de hogere academie voor autoverkopers. Hahaha…!

Jaren later ga ik als theologiestudent regelmatig naar het seminarie in Driebergen. Daar blijken we als theologiestudenten, op landgoed Hydepark, bijna de buurman te zijn van het IVA. Vaak zie ik vanuit de bus groepen jongemannen, strak in ’t pak, bij de bushalte staan. “Wie zijn dat toch?” “O, dat zijn die autoverkoopstudenten”, is het antwoord. Ik blijf het iets bijzonders vinden. Wat leren ze daar dan allemaal? En waarom lopen ze er toch een stuk netter bij dan de gemiddelde theologiestudent bij ons op ’t seminarie?

Maar vandaag krijg ik eindelijk de kans om eens achter de schermen van dat IVA te kijken. Er gaat een wereld voor me open. Na deze stage-ochtend zou ik me verdraaid voor kunnen stellen dat ik zélf met plezier een semester de vakken zou volgen. Wat zou ik er veel interessants kunnen leren!

• Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen?
In de auto naar Driebergen toe leer ik Henk wat beter kennen. Hij vertelt over zijn gezin, de verhuizing van Woudenberg naar Ede, zijn werk, de vorige gemeente waar ze 25 jaar bij betrokken waren  – en hoe hij in de Beatrixkerk terecht gekomen is en de integratie in de gemeente heeft ervaren. Het boeit me, want juist nu denken we ook als kerkenraad na over hoe we een gastvrije gemeente naar nieuwkomers kunnen zijn. Ervaringsverhalen zijn dan onmisbaar!

• Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet?
Het lesgeven, het werken met deze leeftijdsgroep is geweldig. Ik zie hoe afwisselend Henks werk is (het lesgeven zelf, het leiding geven aan een team, het nadenken over de toekomst van het onderwijsprogramma, en meer) en dat spreekt me ook zeker aan. Tegelijk zou ik het niet kunnen. Midden in die wereld van techniek voel ik me ook wel wat als een kat in een vreemd pakhuis. Maar dan wel een heel boeiend en enerverend pakhuis… 
Er is eigenlijk niet iets wat me absoluut niet aanspreekt in dit werk.

• Waar zie je raakvlakken?
Als dominee ben ik volgens een oude omschrijving: ‘herder en leraar’.  Het leraarschap is dus een groot raakvlak. Ik ben in verschillende settings ook bezig met kennisoverdracht. Op het gebied van catechese is de overeenkomst dus nog het grootst.

• De school biedt een combinatie van technische, commerciele en management gerichte vaardigheden gericht op auto’s, jachtbouw en watersport. Komt Henk zelf uit het bedrijfsleven?
Ja, Henk heeft 15 jaar lang gewerkt op het gebied van ontwikkeling van LPG- en aardgas apparatuur. Zijn auto-techniek opleiding heeft Henk destijds in Apeldoorn gedaan (dit instituut is tegenwoordig in Arnhem gevestigd). Omdat Henk regelmatig traniningen gaf in het bedrijfsleven ontdekte hij dat het onderwijs gedeelte hem aansprak en dat daar zijn interesse ook lag.
Via een overbuurman in Woudenberg kwam Henk later op een VMBO-school in Zeist terecht als docent techniek.

• IVA Driebergen heeft een eigen visie op onderwijs. Kan hij daar iets over vertellen?
Juist het nadenken over de visie op onderwijs past erg bij Henk. Het is leuk om te merken hoe Henk méér wil doen dan kennis overbrengen. Als het goed is draagt de opleiding ook bij aan een stuk persoonlijkheidsontwikkeling van de studenten. Het is mooi als het lukt om het beste uit de leerlingen naar boven te halen. Dit gebeurt onder andere doordat de opleiding best breed is – er wordt gelet op persoonlijke uitstraling, verantwoordelijkheid, presentatievaardigheden, etc.

Een bak met mobieltjes bij de ingang… Zou zoiets ook handig zijn in de kerkzaal??Een bak met mobieltjes bij de ingang… Zou zoiets ook handig zijn in de kerkzaal??

 

 

 

 

 

• Hoe is hij op deze school terecht gekomen?
Doordat Henk jarenlang allerlei trainingen in het land gegeven heeft had/heeft hij best een breed netwerk opgebouwd. Via dat netwerk kende hij de technisch trainer van de Toyota-importeur die hem aanraadde eens bij het IVA te gaan kijken, omdat dat zéker bij Henk zou passen. Volgens mij had die man er aardig kijk op…

• Welke opleiding heeft hij zelf gedaan om hier les te kunnen geven?
Bij Henks vorige werk op het VMBO in Zeist heeft hij zijn docentbevoegdheid 2e graads gehaald.

• De studenten gaan ook op stage. Regelt de school dit of moeten ze dat zelf doen?
De school zelf kan plekken aanbieden, maar de studenten zijn zelf ook vrij om iets aan te dragen.

• In welke periode van de opleiding wordt er stage gelopen, en hoe lang duurt een stage?
Bij het MBO duren de stage’s het hele jaar, bij het HBO is er na drie jaar een stage, die een half jaar
duurt.