In de laatste wijkkompas van vorig jaar deed ds. de Jong een oproep voor een gemeente stage.
Hij zocht 10 gemeenteleden met wie hij een dagje kon meelopen op het werk, op school of thuis. Op deze manier wil hij zicht krijgen op wat er speelt in de gemeente.
Over de vragen die hij zichzelf stelt en de doelen die hij wil bereiken maakt hij een verslag die met toestemming van de betrokkenen op deze website zullen worden geplaatst.
10 mensen hebben zich hier voor aangemeld en inmiddels is er een start gemaakt met deze stage.

Hieronder vindt u de verslagen (Dag 8 - 7 - 6 - 5 - 4 - 3 - 2 - 1).

Dag 8


Stagebegeleider:  Jan Bosch, gepensioneerd buurtbetrokken bewoner
Datum: 4 september 2017

Deze stagedag is ook al weer anders dan de andere dagen – want eigenlijk bestaat deze dag uit ‘twee dagen’. En ik loop niet mee met iemand in een reguliere baan, maar in een aantal ‘buurtbezoeken’ en in tientallen jaren ‘buurtervaring’…
En trouwens, deze stagedag is nog niet voorbij, er komt nog een vervolg, zo spraken we af! 
Al ruim voordat mijn achtste stagedag aanbreekt belt Jan me op. Vanuit zijn voormalige voorzittersrol van belangenvereniging Steinwijk kent hij de voorzitter van de Marokkaanse Moskee nog en vraagt mij of ik het leuk zou vinden om als onderdeel van de stagedag een bezoek aan de moskee te brengen. Daar hoef ik niet lang over na te denken, ‘graag!’
Vanwege de vakantie van de voorzitter is de vraag of ik dan ook een week eerder zou kunnen komen, want hij wil ons graag zelf een rondleiding geven in de moskee. Zodoende zit ik op maandagmiddag 28 augustus aan tafel bij de voorzitter van de Marokkaanse moskee. Ik waan me gelijk even in het buitenland en luister geboeid naar hoe hij vertelt over het reilen en zeilen in de moskee.

• Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen?
Deze stagedag helpt niet zozeer om de gemeente in de Beatrixkerk te leren kennen – maar wel een gedeelte van Ede als plaats en wat daar zoal speelt. Technisch gezien valt deze wijk (Steinwijk als deel van Veldhuizen) niet bij het ‘grondgebied’ van Ede – maar het is toevallig wel de plaats waar ik zelf woon en meerdere gemeenteleden met mij. De geschiedenis van de moskee (ik mag er binnenkort nog een vrijdaggebed bijwonen), de diverse samenstelling van de wijk in bebouwing en bewoners – de verhalen van import of juist oud-Edenaar, het is iets wat eigenlijk wel op meerdere Edese wijken van toepassing is. Tijdens deze stagedag fiets ik een paar keer door de wijk en denk aan het oude liedje wat ik op de Middelbare School geleerd heb;

Dit, dit is de wereld; de wereld waar ik in woon.
Hier zijn de treden te zien van Gods troon.
Wie hier omhoogklimt, vanuit het gedruis,
ontwaart de contouren van 't Vaderlijk huis!

De daken met hun wirwar van antennes,
het ronken van een vliegtuig in de nacht.
't Reclamewoord, dat telkens aan en uitflitst;
't verkeerslicht waar ik dagelijks voor wacht.

Het flatgebouw met helverlichte vensters,
dat schittert als een lichtzuil in de nacht.
En daaromheen, veel hoger dan de huizen,
oneindigheid en verre sterren pracht.

De hele wereld houdt Hij in Zijn handen;
Hij spreekt in stilte en in stadsgerucht
van liefde en genade en erbarmen
voor ieder, die in wanhoop naar Hem vlucht.

Miljoenen sterren wil Hij laten gloeien
als bakens in de golven van 't bestaan;
om koers te kunnen houden naar de haven,
aan 't einde van de wereldoceaan.
 
• Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet?
Jan is geen betaalde buurtwerker – in die zin gaat het op deze dag niet om ‘werk’. Wat me aanspreekt in zijn houding en rol hier in de buurt is die van betrokken buurtbewoner die ‘het goede voor de stad zoekt’ (zoals we op 27 augustus in de dienst vanuit de lezing in Jeremia hoorden – terwijl we stil stonden bij het raam met het wapen van Ede).
Jan helpt 3, 4 buurtbewoners om hem heen met het verplaatsen van de container, vegen van de stoep bij sneeuw, etc. etc.
Wat me niet aanspreekt – weet ik eigenlijk niet. Ikzelf hoop ook een goede buur te zijn en probeer, waar ik kan, onderlinge verbondenheid te stimuleren.

• Waar zie je raakvlakken?
Een buurtbezoekje bij mensen die het moeilijk hebben lijkt misschien al snel op een kerkelijk bezoekje/pastoraal bezoek. De onvoorwaardelijke luisterende houding is niet voorbehouden aan pastores – eigenlijk is het heel mooi dat dat vloeibare grenzen zijn. Wanneer zijn we als gemeentelid ‘in functie’ en wanneer doen we iets ‘seculier- als vrijwilliger’… ? Is daar wel zo’n scheiding te trekken? Het streven naar een dienstbare levenshouding is denk ik het grootste raakvlak.

• Meneer Bosch is met pensioen. Wat voor werk heeft hij gedaan?
Vanuit Jan’s werk in de technische hoek kwam Jan na zijn dienstplicht tijd blijvend te werken bij de Kon. Luchtmacht, eerst bij de brandweer – en later met name in de logistieke hoek (het regelen van transporten van militair personeel en materiaal  naar onder andere Canada – en in betrokkenheid bij bijvoorbeeld de Golfoorlog). Eén van de aspecten van Jan’s werk waar hij veel voldoening in vond was zijn rol als vertrouwenspersoon bij Defensie. Hierin kon hij heel concreet wat voor anderen betekenen, wat hij erg graag deed.

•         Wat heeft meneer Bosch gedaan om na zijn pensioen invulling te geven aan zijn vrije tijd?
Zoals veel opa’s en oma’s pasten Jan en Coos regelmatig (wekelijks) op hun kleinkinderen.
Omdat Jan, net als Anne (mijn vorige stagedocent) ook als werknemer bij Defensie betrekkelijk jong met pensioen ging, was er genoeg ruimte voor wat nieuws.  Een groot deel van zijn vrije tijd kon Jan toen gaan besteden aan vrijwilligerswerk, vooral (uiteraard, gezien zijn achtergrond) van organisatorische en besturende aard. Ook heeft Jan veel plezier in het werken in zijn tuin (waarbij vooral snoeikunst een hobby is). Veel vrijwilligerswerk heeft Jan gedaan als ambtsdrager – eerst in de Open Hof, later in de Beatrixkerk.  Jan sport graag, houdt van puzzelen – en heeft samen met Coos lange tijd bij een koor gezongen. Naast  het vrijwilligerswerk is Jan 13 jaren werkzaam geweest in de uitvaartzorg. Toch gaat het vandaag, op mijn stagedag, vooral over het buurtwerk wat hij hier in de belangenvereniging (als voorzitter) mocht doen.

•         Heeft meneer Bosch altijd in Ede (Veldhuizen) gewoond?
Nee, Jan is geboren in Heelsum – waar hij de evacuatie na de landing op de Ginkelse Heide aan het eind van de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt. Het gezin Bosch had een 6-tal Joodse onderduikers – en moesten gezamenlijk evacueren. De laatste winter van de oorlog bracht het gezin Bosch door in Stroe. Na de oorlog keerde het gezin weer terug naar het compleet in puin geschoten dorp. Na zijn scholing ging Jan al op betrekkelijk jonge leeftijd werken. Voor de vervulling van zijn dienstplicht kwam hij te werken bij  de Kon. Luchtmacht, onder andere bij de brandweer. Kort na het trouwen verhuisden Jan en Coos voor zijn werk naar Hoogerheide, waar zij na een half jaar (vanwege de woningnood) ook eindelijk een woning vonden. Na zes jaar keerden ze terug naar deze streek, en vonden een appartement aan de Mariëndaal. Tenslotte konden ze een stuk bouwgrond kopen aan de Weerdestein, waar ze met behulp van velen een huis  hebben gebouwd  en daar nu nog steeds met veel tevredenheid wonen.
 
Geschiedenis: (Wikipedia)
Ede-Veldhuizen is in de Middeleeuwen ontstaan als een buurschap buiten het dorp Ede. De inwoners van de buurt droegen onder andere zorg voor onderhoud van de wegen en de waterhuishouding. De buurschap werd bestuurd door de geërfden van de buurt en stond onder leiding van de "Buurtrichter". In de buurspraken werd regelgeving opgesteld, de zogenaamde "keuren", die werden uitgevoerd door de "Buurtmeesters". In Veldhuizen waren er vier buurtmeesters. Twee uit de buurt en twee uit het dorp Ede. Handhaving geschiedde door de "Buurtscheuter", die overtredingen mocht beboeten. De "Buurtschrijver" deed verslag van de buurtspraken en overige correspondentie. Het oudst bewaard gebleven Buurtboek van Ede-Veldhuizen begint in het jaar 1596. Het gebied van de buurt Ede-Veldhuizen was veel uitgestrekter dan de tegenwoordige woonwijk. De buurt is de enige Edese buurschap waarvan de organisatie tegenwoordig nog bestaat, al heeft de buurt tegenwoordig nauwelijks nog bezit. Het moet vooral worden gezien als een stuk cultureel erfgoed. In het verleden werd er buurtspraak gehouden in het koor van de Oude Kerk. Tegenwoordig is er een jaarlijkse buurtspraak op de derde donderdag in september op wisselende locaties. Alle inwoners van Ede die binnen de historische grenzen van de buurt wonen en in het bezit zijn van een woning op eigen grond, of een bunder land, hebben inspraak.
 
•         Wat weet meneer Bosch van bovenstaande geschiedenis en is hij ook betrokken bij de jaarlijkse buurtspraak?
Jan kent deze jaarlijkse buurtspraak. Toch is de belangenvereniging Steinwijk hier niet bij betrokken. Zelf is hij ook nog nooit bij deze avonden geweest en kan dus niet vertellen wat daar zoal wordt besproken.

•         Meneer Bosch kan veel vertellen over de wijk Veldhuizen en de moskee. Hoe is hij bij de moskee betrokken geraakt?
Toen de Marokkaanse gemeenschap in Ede zo groot geworden was dat de gebedsplek in de Driehoek (bij de Oude Kerk) niet groot genoeg meer was, ontstond er een jarenlange, onrustige en onplezierige zoektocht naar een goede, geschikte plek waardoor het beeld ontstond dat deze groep mensen ‘nergens welkom was’. Ook in de Steinwijk – waar de gemeente Ede aanvankelijk een stuk grond had aangewezen (naast de Vrijgemaakte Ontmoetingskerk) riep de mogelijke komst van een moskee de nodige reacties op.
Jan en ik bezoeken een familie (Open Hof-leden) die ‘groot voorstander’ van de komst van de moskee waren.  Maar ook waren er mensen fel tegen. Een groep mensen start een handtekeningenactie. Dit spontane buurt-initiatief heeft meer sturing en balans nodig – en in de zoektocht naar mensen die leiding aan dit proces kunnen geven komt men bij Jan Bosch terecht – die deze taak oppakt. Samen met een aantal buurtbewoners hebben zij de huidige Buurt Belangenvereniging  Steinwijk opgericht.  Met een aantal politieke  partijen in de gemeente  wordt gekeken naar de mogelijkheden en wensen. Uiteindelijk komt men bij het oude zwembad terecht (wat nog geen nieuwe bestemming had) – als veel geschiktere locatie. Alle betrokkenen lijken bijzonder gelukkig met deze uiteindelijke keuze, en dat geeft uiteraard veel voldoening!

Jan, bedankt! Ik heb genoten om met jou naar de moskee te gaan, zie uit naar de uitnodiging om nog eens een vrijdaggebed te mogen bijwonen en ben je dankbaar voor het regelen van bezoeken bij diverse buurtbewoners en bij de Slunterhof.
Erg leuk om eens in de Slunterhof te hebben gekeken! Leuk hoe men al helemaal klaar zat en op ons bezoek wachtte! En wat was het bijzonder om een 102-jarige dame te bezoeken. Wat indrukwekkend om te merken hoe helder zij sprak en blijkbaar dus ook elke zondagmiddag (niet eens als lid van onze gemeente) onze diensten luistert.
Tot slot, ook bedankt voor het bij jullie mogen mee-eten, ik voelde me erg welkom!

Betty, erg leuk hoe je invulling geeft aan het ‘Stagecoördinator-zijn’. De stage zit er bijna op, nog twee dagjes, en dan komt de slot-bedankt-avond, ik heb er nu al zin in om al die verschillende ‘stagedocenten’ bij elkaar te zien en met elkaar in gesprek te brengen…!  

 

Dag 7


Stagebegeleider: Anne Hendriks, Medewerker Toyota Garage van Gent, Ede
Datum: 9 augustus 2017

Inmiddels al de zevende stagedag. Weer een maand verder, het jaar vliegt voorbij… Deze keer maak ik mijn boterhammetjes klaar en pak uit de garage mijn overall. Een garage… ben benieuwd!
In alle vroegte cross ik op mijn fiets door Ede, om op tijd bij Anne te zijn. Samen fietsen we over het industrieterrein naar gebieden waar ik nog nooit geweest ben. En daar staat dan de grote Toyota-garage. Een paar broers (van Gent) begonnen 50 jaar geleden in een boerenschuur met het bedrijf – en inmiddels zijn er twee grote vestigingen met 70 man personeel. Een mooi pand, allemaal glanzende auto’s en een prettige sfeer. Al tijdens de rondleiding raken Anne en ik in gesprek over dat ene aspect wat dit bedrijf steeds met stip boven in het vaandel wil houden. Beter een tevreden klant die zónder auto de winkel verlaat, dan iemand een auto aansmeren. Het ‘goede gevoel’ is het belangrijkst. Nu kun je daar smalend over doen, als iets softs, maar ’t lijkt mij een mooi en wijs uitgangspunt. Maar hoe vertaal je zo’n principe als klanttevredenheid naar de kerk toe? Is dat het belangrijkst voor een gemeente?

• Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen?

Anne vertelt me over het werk wat hij voor de gemeente doet en gedaan heeft. Het is leuk om in zijn verhalen weer andere namen te horen. Namen die al bekend zijn en namen die ik nog niet zo veel gehoord heb.

• Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet?

Het is mooi om wat meer te horen over de nieuwste modellen en nieuwste technieken in de auto-branche. Het is duidelijk dat ik een zwak heb voor old-timers en mijn eigen kevertje – toch kan ik ook best genieten van mooie nieuwe glanzende, strak vormgegeven auto’s. Het is leuk om eens in een Hybride te mogen rijden (eerst dacht ik dat de auto niet wilde starten, totdat ik doorhad dat de auto al lang aan was…  ). Het mooie van Anne’s werk is dat hij op allerlei plekken in Nederland komt om auto’s op te halen of weg te brengen. Wat me niet zo aanspreekt in het werk… ik zou het eigenlijk niet weten… Misschien zou ik daarvoor langer dan één dag mee moeten gaan met Anne. Ik ben in ieder geval niet technisch genoeg voor dit werk, dat is wel zeker.

• Waar zie je raakvlakken?
Moeilijk te zeggen. Misschien is een ‘raakvlak’ dat Anne met verschillende vestigingen te maken heeft – en ik zo ook bij verschillende ‘vestigingen’ kom? Gisteren moest ik in Groningen voorgaan – het is leuk om af en toe eens bij een andere gemeente te kijken;  zo komt Anne ook bij diverse garage’s/Toyota-dealers.

• Hoe is Anne zo bij de Toyota garage terecht gekomen?

Anne is actief betrokken bij de schietvereniging. Toen Anne na zijn pensionering (bij militairen is dat altijd een stuk vroeger dan bij anderen) thuis was en eigenlijk het liefst weer aan de slag zou gaan ergens suggereerde de voorzitter van de schietvereniging dat hij eens bij van Gent langs moest gaan omdat ze daar wellicht nog wel iemand konden gebruiken. Anne had daarvoor al een korte tijd bij een sneltransportbedrijf gewerkt, maar dat beviel niet zo. Maar van Gent bleek bijzonder goed te passen...!

• Wat vindt hij hier het leukst aan?

Wat voor Anne erg belangrijk is, is de sfeer in het bedrijf. De houding naar klanten, de onderlinge collegialiteit – het is erg goed. Dat vormt de basis van werkplezier, zo merk ik heel duidelijk bij Anne.

• Hij heeft een 0-uren contract. Hoe vaak wordt hij gebeld om te werken?

Anne vermoed dat hij al met al gemiddeld eigenlijk voor 70% werkt. En dat bevalt hem prima.

• Wat zijn die werkzaamheden zoal?

Het grootste gedeelte van zijn tijd doet hij transport van auto’s. Door er zelf in te rijden of door ze met de auto-ambulance mee te nemen.  Verder werkt Anne ook in de garage door bijvoorbeeld borden op te hangen in de showroom, stellagerekken te maken voor in het magazijn, etc. etc.  In contracttaal heet dat ‘voorkomende werkzaamheden’.

 Zijn eigenlijke baan was bij de luchtmacht. Hoe kijkt hij daar op terug?

Met veel plezier! Natuurlijk is het werk wat emotioneel best veel van mensen vraagt – en ook Anne is een poos thuis geweest, burn-out. Toch was niet alleen het werk daar debet aan. Voorafgaande aan de burn-out had Anne een uitzending, een jaar lang alle vrije tijd opgeofferd aan de schietvereniging met de bouw van een clubhuis, was hij een jaar naar de VS geweest met zijn gezin om daar in opleiding te zijn, had hij lesprogramma’s gemaakt en nog een aantal uitzendingen naar het buitenland. Alles bij elkaar bleek dat toch veel te veel te zijn.
Het werk bij de Luchtmacht was dus wel zwaar – maar het was vooral de combinatie van alles waardoor Anne last kreeg van een burn-out. Daarom kijkt Anne dus toch wel met veel plezier terug op het werk zelf.  Hij heeft het graag en met volle inzet gedaan, want het was mooi werk. Als ik Anne vraag of hij het werk dan niet mist, is het antwoord, ‘nee’. Het was goed en mooi om te doen maar je weet dat het ook een keer stopt – en dat is ook prima. Bij veel dingen in ’t leven is het zo dat je er zelf wat van moet maken – en dat heb ik ook geprobeerd. En nu weer. En dat gaat gelukkig prima.

• Zou hij hier weer voor hebben gekozen als hij een beroepskeuze moest doen?

Zoals het werk toen was, toen wel. Maar tegenwoordig is er veel veranderd bij defensie. Dat is het ‘werkplezier’ helaas niet ten goede gekomen. Er worden bijvoorbeeld nu ook nog maar alleen contracten voor 6 jaar gegeven. Oudere mensen zijn te duur. En dat is jammer.

• Hoe is het om christen te zijn in zo’n stoere mannen wereld?

Volgens Anne is dat niet zo veel anders dan bij een andere organisatie, zoals bijvoorbeeld bij een ziekenhuis. Het leger heeft wel de naam een macho-gebeuren te zijn met weinig plaats voor emoties, maar dat valt reuze mee. Ook het geloof heeft een volledig ‘geaccepteerde’ plek. Er is natuurlijk de geestelijke dienst, met aalmoezenier en dominees en tegenwoordig ook imams.
We praten wat door over de Bijbel en het leger. Johannes de Doper heeft een woord speciaal voor soldaten, en Paulus schrijft over de overheid die ‘het zwaard draagt’. Hoe verhouden het geloof en de uitspraken van Jezus zich tegenover het doden van mensen, wat in een oorlog en met wapens doelgericht gebeurt? Zijn er ‘rechtvaardige oorlogen’ en ‘onrechtvaardige oorlogen’? Boeiende vragen! De ethiek rondom het militaire gebeuren – het is goed om daar alert in te blijven, ook vandaag in een tijd van terroristische aanslagen en toenemende bewapening. 

• Wat houdt hem bezig als hij niet werkt?

Anne leest graag, lost graag een kruiswoordpuzzeltje op, maakt bouwplaten, geniet van het oppassen op zijn kleindochter, rijdt als het even kan op één van z’n twee motorfietsen, heeft een verzameling bijzondere vulpennen en zet zich al jaren in voor de schietvereniging.

* Wat is volgens Anne een ideale gemeente?

De laatste vraag voeg ik zelf aan ons vragenlijstje toe. Anne hoeft er niet lang over na te denken. Dat is een zorgzame gemeente. Een gemeente die naar elkaar omziet.
Het doet me denken aan de klanttevredenheid waarmee ons gesprek deze dag begon. Misschien heeft dat toch wel iets met elkaar te maken. Je gezien, gekend en gewaardeerd weten.
Bij welke kerkdiensten gebeurt dat het meest, zo vraag ik. Welke kerkdiensten heb jij het meest aan?
Opnieuw weet Anne vrij snel wat dat voor hem is. Dat zijn de diensten waarin we samen het Heilig Avondmaal vieren. Regelmatig emotioneert me dat. Dat Gods liefde zó ver gaat en zó dicht bij wil komen. Bijzonder…!

Anne, bedankt! Het was mooi en goed om een dag met je op te trekken. Bedankt voor je openheid en ook voor je vragen aan mij!

En Betty als Stagecoördinator, natuurlijk ook weer bedankt!

ds. Theo Pieter de Jong

Dag 6


Stagebegeleider:  Willemien Vreugdenhil, wethouder, Ede
Datum: 3 juli 2017

Na mijn vakantie begint mijn werkweek weer goed. Ik mag namelijk een dagje stagelopen op het gemeentehuis. Politiek heeft me altijd al bijzonder geïnteresseerd, en nu mag ik vandaag in de ‘politieke keuken’ kijken van mijn woonplaats…! Ik ben allereerst verbaasd dat ik dit als dominee mag doen en heb er erg veel zin in! De eerste ontmoeting die ik met mw. Vreugdenhil had was al prettig, en ik denk dat dit een leuke dag gaat worden!

N.B. vanwege de leesbaarheid van dit stageverslag, en mede aangespoord door de ‘toegankelijke houding’ van wethouder Vreugdenhil, zal ik verder in dit stageverslag over haar spreken met haar eigen naam, Willemien.

  • Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen? 

Het grappige  van deze stagedag is, is dat ik strikt genomen niet met een gemeentelid een dagje meeloop. Willemien is niet lid van de Beatrixkerk, wel van een gemeente die qua identiteit dicht bij de onze staat; de Brinkstraatkerk in Bennekom. Ik raakte met Willemien in gesprek na mijn bevestiging als predikant van de Beatrixkerk. Aanvankelijk zou Willemien namens het college van B&W de dienst bijwonen – maar op het laatste moment was zij verhinderd. Ik kreeg echter een vriendelijke kaart waarin ze dat vertelde en mij uitnodigde om dan maar eens op het gemeentehuis (of… stadhuis? Ede is inmiddels een dorps met Stadse omvang…!) langs te komen om kennis te maken. Dat deed ik. Tijdens die kennismaking kwam het gesprek onder andere op mijn ‘Stage 10-daagse’ waardoor ik de gemeente en Ede beter wilde leren kennen. Spontaan bood Willemien aan om dan ook een dag bij haar ‘stage te lopen’. Deze stagedag leer ik dus vooral Ede als plaats (met bijna alles wat daar op politiek niveau speelt) kennen. Mijn eerste leer-moment is de ‘effectieve methode’ van Willemien in het snel kennis maken met mensen. Bij een aantal mensen die bij Willemien op ‘spreekuur’ komen vraagt ze hen: ‘vertel eens wie jij bent en wie je ouders waren?’ In korte tijd leer je elkaar dan goed kennen…!

Terzijde: het leuke is dat Willemien na de stagedag aan mij vroeg of het andersom ook mogelijk is, om met mij als dominee een dagje mee te lopen… Ik vind het een leuk verzoek, en die dag gaat nog gepland worden…!

  • Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet? 

De diversiteit van het werk, het op de hoogte zijn van vrijwel alles wat de hele breedte van de samenleving aangaat en de invloed die je heel concreet kunt hebben om iets aan dingen te doen en ze te veranderen, dat spreekt me bijzonder aan! Zelfs het politieke spel, tussen coalitie en oppositie lijkt me op een bepaalde manier erg leuk. Aan de andere kant zou ik de enorme werkdruk wel zwaar vinden. Ook zou ik het erg moeilijk vinden om te merken dat er altijd wel ergens tegenstand is. Je moet soms als wethouder ook onpopulaire beslissingen nemen, en kunt het niemand helemaal naar de zin maken.

  • Waar zie je raakvlakken? 

 Dat laatste is gelijk wel een overeenkomst. Als dominee moet je ook niet uit zijn op populariteit; want er zullen altijd gemeenteleden commentaar op je hebben. Mijn docenten leerden me daarom al om dus niet gericht te zijn op het ‘dienen van de gemeente’ maar dienen van God. En God vraagt me goed voor Zijn gemeente te zorgen. Maar wel in dié volgorde.  Anders raak je uitgeput. Blijf dus dicht bij je eerste roeping, of, wat seculierder gezegd: blijf dus bij je taak. En pas op voor de verleiding van het ‘pleasen’.
Wat mij verder aanspreekt is dat Willemien bij de vele mensen die ze spreekt steeds weer aangeeft dat ze graag van elke volgende stap op de hoogte gehouden wil worden. Zo houdt ze goed overzicht en tegelijk is het een teken van betrokkenheid. En het is fijn als dingen gewoon transparant zijn.  

  • Wanneer léés je alles…??

 Deze vraag heeft Betty mij niet meegegeven, maar die komt al gauw bij mij op als ik gedurende de dag het éne na het andere overleg meemaak, en zie welke pakken papier er op tafel komen – al de rapporten, nota’s, visie-stukken, notulen, etc. etc. Als er na verloop van tijd even een korte pauze is en ik Willemien weer wat vragen kan stellen vraag ik haar hoe ze aan zo’n ‘dossierkennis’ komt? Willemien verstaat gelukkig de kunst om ergens snel de kern uit te halen, zonder alles minutieus te hoeven lezen. Bezat ik die vaardigheid maar, bedenk ik me terwijl ze me uitlegt hoe ze dat doet. Verder is de zondagavond een beetje een avond waarop ze nog wel eens wat doorleest, voor de ‘vergader-maandagen’.

  • Willemien heeft veel portefeuilles onder zich. Hoe krijgt ze dat allemaal klaar?

Veel heeft te maken met een praktisch slim aangepakt ‘time-management’, en goede hulp van de notulist/bestuurssecretaris en de secretaresse. Verder heeft Willemien al een lange ervaring in ‘multi-tasken’; ze behaalde een master in Media en Geschiedenis, heeft drie jaar klassieke zang gestudeerd, en heeft daarna toch voor de politiek gekozen. Aanvankelijk in de landelijke politiek (Den Haag) – kwam toen op de Christelijke Hogeschool Ede terecht, en vandaaruit werd de stap naar de lokale politiek hier in Ede gemaakt. Dit hele traject heeft Willemien, vermoed ik zo, ook wel geleerd om te schakelen en naast een gezin ook efficiënt tijd in te delen.

  • Willemien heeft ook veel onbetaalde nevenfuncties. Horen die bij de taak van een wethouder?

 Ja, eigenlijk wordt er van de wethouder ook wel verwacht dat een aantal onbetaalde nevenfuncties vervuld worden. 

  • Willemien heeft eens gezegd dat het openbaar bestuur haar grote passie is en dat ze de vier uitgangspunten van het CDA mee laat resoneren bij alles wat ze doet: rentmeesterschap, gespreide verantwoordelijkheid, gerechtigheid en solidariteit. Kan ze hier aan vasthouden als wethouder? In een plaats waar niet iedereen christen is, hoe kun je dan de waarden en normen van het CDA behouden?

  Eén van de leuke dingen aan politiek en openbaar bestuur is voor Willemien de ontmoeting, het (respectvolle!) gesprek en debat. In een debat mag je proberen elkaar te overtuigen. Maar uiteindelijk gaat voor Willemien hier ook het woord uit de Bijbel op, dat ‘ieder in zijn eigen geweten ten volle overtuigd is’. (Uit de Korinthebrief, n.a.v. het gesprek over of het wel of niet geoorloofd is om offervlees te eten, TP)

Een Bijbelvers wat Willemien hierin erg aanspreekt de oproep aan de Filippenzen, ‘laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen’. Christelijke politiek heeft minstens zoveel met je houding en integriteit als politicus te maken, als met je standpunten. In de Bijbel staan voor politici dan ook wijze adviezen, vooral in de wijsheidsliteratuur. Eén daarvan is bijvoorbeeld ‘in de veelheid van raadgevers ligt de overwinning’ (Spreuken 11 en Spreuken 24, TP). Tot slot is ook het advies van Paulus aan de jonge Timotheüs voor Willemien betekenisvol; ‘Laat niemand u geringschatten vanwege uw jonge leeftijd’.

  • Waar ziet ze zichzelf over 5 jaar?

Eigenlijk heeft Willemien daar helemaal nog niet zo’n vastomlijnd beeld bij. Als ik opper dat ze ook had kunnen solliciteren naar de functie van burgermeester, geeft ze aan dat dat niet perse haar ambitie is en wijst daarbij op de slogan: ‘streef niet naar hoge ambten maar naar de vaardigheden om die te vervullen’… Da’s een mooie, bedenk ik me…

TERUGBLIK;
Inmiddels is het 24 juli. De stagedag ligt al weer enkele weken achter me.  Het was mooi om zo een dag bezig te zijn met veel zaken die veel gemeenteleden raken. Ik heb een beter zicht gekregen op de lokale politiek. Ik heb begrepen dat in 2010 de confessioneel christelijke partijen in Ede voor het eerst niet meer in de meerderheid waren. Ik kan me zo voorstellen dat dit ook een grote impact had op veel mensen in Ede.
Het was boeiend om in de lunch even met Willemien door het centrum te lopen. Ik realiseerde me, terwijl wij een paar ‘bekenden’ groetten dat we beiden min of meer een ‘publieke rol’ vervullen – op wel een heel verschillende manier. Dat was boeiend om te ervaren en over van gedachten te wisselen.
Het was interessant om de lange, lange on-onderbroken stroom van overlegjes op maandagmorgen mee te maken. Steeds opnieuw schoven weer een paar mensen aan de tafel aan, terwijl de vorigen nog in gesprek met Willemien waren, wat zaken doornamen, en weer vertrekken, terwijl de volgende al weer aangeschoven waren, etc. etc. Af en toe even een paar seconden pauze, en door maar weer…!
Boeiende wetenswaardigheden over zaken als verkeersplanning, energie-verbruik-feitjes en nationaal erfgoed hier in de gemeente, van alles passeerde de revue..!
In de avond mocht ik een CDA-raadsvergadering bijwonen, en viel me direct de eer te beurt de vergadering te besluiten met bijbellezing en gebed.
Het was al met al spannend om zo dicht in de politiek bezig te zijn – meestal huldig ik het standpunt dat een predikant zich niet teveel met politiek moet bemoeien. Nog niet eens zozeer vanwege een overspannen interpretatie van die scheiding tussen kerk en staat, maar meer omdat ik de mogelijkheid reëel acht dat op zondagmorgen ik in de kerk kiesgerechtigden tegen kan komen die op ál die politieke partijen in ons land stemmen, variërend van links tot rechts. Mijn eigen politieke voorkeur dien ik daarom voor mijzelf te houden…  Hoe dan ook, tijdens mijn zesde stagedag mocht ik toch even van heel dichtbij die boeiende wereld van de politiek van dichtbij meemaken. Ik heb er veel van geleerd en ben dankbaar dat we in een land leven met een redelijk gezond functionerende democratie…!

Wethouder, bedankt! Erg leuk dat je ook bereid bent om in de Overstapdienst op 27 augustus, als we in de dienst zullen kijken naar het raam met het wapen van Ede, iets te vertellen…! Welkom!

En Betty als Stagecoördinator, natuurlijk ook weer bedankt!

ds. Theo Pieter de Jong

 Dag 5


Stagebegeleider:  Henk Wildschut, docent IVA, Driebergen
Datum: 2 mei 2017

In 1998 hoor ik voor het eerst over het IVA. Op een conferentie met nog 800 jongeren spreek ik ’s avonds in de bar over wat we in ’t dagelijks leven doen. Eén jongen vertelt dat hij een opleiding doet aan het IVA. De groep reageert lacherig. Zijn broer noemt het spottend de hogere academie voor autoverkopers. Hahaha…!

Jaren later ga ik als theologiestudent regelmatig naar het seminarie in Driebergen. Daar blijken we als theologiestudenten, op landgoed Hydepark, bijna de buurman te zijn van het IVA. Vaak zie ik vanuit de bus groepen jongemannen, strak in ’t pak, bij de bushalte staan. “Wie zijn dat toch?” “O, dat zijn die autoverkoopstudenten”, is het antwoord. Ik blijf het iets bijzonders vinden. Wat leren ze daar dan allemaal? En waarom lopen ze er toch een stuk netter bij dan de gemiddelde theologiestudent bij ons op ’t seminarie?

Maar vandaag krijg ik eindelijk de kans om eens achter de schermen van dat IVA te kijken. Er gaat een wereld voor me open. Na deze stage-ochtend zou ik me verdraaid voor kunnen stellen dat ik zélf met plezier een semester de vakken zou volgen. Wat zou ik er veel interessants kunnen leren!

• Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen?
In de auto naar Driebergen toe leer ik Henk wat beter kennen. Hij vertelt over zijn gezin, de verhuizing van Woudenberg naar Ede, zijn werk, de vorige gemeente waar ze 25 jaar bij betrokken waren  – en hoe hij in de Beatrixkerk terecht gekomen is en de integratie in de gemeente heeft ervaren. Het boeit me, want juist nu denken we ook als kerkenraad na over hoe we een gastvrije gemeente naar nieuwkomers kunnen zijn. Ervaringsverhalen zijn dan onmisbaar!

• Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet?
Het lesgeven, het werken met deze leeftijdsgroep is geweldig. Ik zie hoe afwisselend Henks werk is (het lesgeven zelf, het leiding geven aan een team, het nadenken over de toekomst van het onderwijsprogramma, en meer) en dat spreekt me ook zeker aan. Tegelijk zou ik het niet kunnen. Midden in die wereld van techniek voel ik me ook wel wat als een kat in een vreemd pakhuis. Maar dan wel een heel boeiend en enerverend pakhuis… 
Er is eigenlijk niet iets wat me absoluut niet aanspreekt in dit werk.

• Waar zie je raakvlakken?
Als dominee ben ik volgens een oude omschrijving: ‘herder en leraar’.  Het leraarschap is dus een groot raakvlak. Ik ben in verschillende settings ook bezig met kennisoverdracht. Op het gebied van catechese is de overeenkomst dus nog het grootst.

• De school biedt een combinatie van technische, commerciele en management gerichte vaardigheden gericht op auto’s, jachtbouw en watersport. Komt Henk zelf uit het bedrijfsleven?
Ja, Henk heeft 15 jaar lang gewerkt op het gebied van ontwikkeling van LPG- en aardgas apparatuur. Zijn auto-techniek opleiding heeft Henk destijds in Apeldoorn gedaan (dit instituut is tegenwoordig in Arnhem gevestigd). Omdat Henk regelmatig traniningen gaf in het bedrijfsleven ontdekte hij dat het onderwijs gedeelte hem aansprak en dat daar zijn interesse ook lag.
Via een overbuurman in Woudenberg kwam Henk later op een VMBO-school in Zeist terecht als docent techniek.

• IVA Driebergen heeft een eigen visie op onderwijs. Kan hij daar iets over vertellen?
Juist het nadenken over de visie op onderwijs past erg bij Henk. Het is leuk om te merken hoe Henk méér wil doen dan kennis overbrengen. Als het goed is draagt de opleiding ook bij aan een stuk persoonlijkheidsontwikkeling van de studenten. Het is mooi als het lukt om het beste uit de leerlingen naar boven te halen. Dit gebeurt onder andere doordat de opleiding best breed is – er wordt gelet op persoonlijke uitstraling, verantwoordelijkheid, presentatievaardigheden, etc.

Een bak met mobieltjes bij de ingang… Zou zoiets ook handig zijn in de kerkzaal??Een bak met mobieltjes bij de ingang… Zou zoiets ook handig zijn in de kerkzaal??

 

 

 

 

 

• Hoe is hij op deze school terecht gekomen?
Doordat Henk jarenlang allerlei trainingen in het land gegeven heeft had/heeft hij best een breed netwerk opgebouwd. Via dat netwerk kende hij de technisch trainer van de Toyota-importeur die hem aanraadde eens bij het IVA te gaan kijken, omdat dat zéker bij Henk zou passen. Volgens mij had die man er aardig kijk op…

• Welke opleiding heeft hij zelf gedaan om hier les te kunnen geven?
Bij Henks vorige werk op het VMBO in Zeist heeft hij zijn docentbevoegdheid 2e graads gehaald.

• De studenten gaan ook op stage. Regelt de school dit of moeten ze dat zelf doen?
De school zelf kan plekken aanbieden, maar de studenten zijn zelf ook vrij om iets aan te dragen.

• In welke periode van de opleiding wordt er stage gelopen, en hoe lang duurt een stage?
Bij het MBO duren de stage’s het hele jaar, bij het HBO is er na drie jaar een stage, die een half jaar
duurt.

Schematisch legt Henk me uit hoe de opleidingen er uit zien en welke vakken er onder andere zijn.

 

 

 

 

 • IVA is, denk ik, geen christelijke school. Hoe is het voor Henk om als christen daar te werken en kan hij daar iets van zijn geloof  kwijt?
De stagedag vliegt voorbij. ’s Middags moeten Henk en ik allebei thuis nog aan het werk, dus we spreken af dat ik tot en met de lunch meeloop. Uiteindelijk is het ongeveer 3 uur als ik voor de pastorie weer uit de auto stap. We hebben in de auto nog een poosje zitten praten. Vooral over dat stuk van het geloof en je werk. En welke rol de kerk daarin speelt (bijvoorbeeld in een bijbelstudie-gespreksgroep). Ik vraag aan Henk hoe het nou was om een dominee op sleeptouw te hebben. Merkte hij wat aan zijn collega’s, hoe ze ’t vonden om tussen al die studenten in pak zo’n geestelijke met zo’n boordje te zien lopen? Of hoe de studenten zelf daar op reageerden?  Het IVA blijkt daarin een heel vriendelijke omgeving te zijn – dat gevoel kreeg ik zelf ook al. Er is ook een collega van Henk die kerkelijk is, en daarmee is op dat gebied dan ook een prettige klik. Met studenten die er af en toe eens een vloek uitgooien kan ook boeiend gesproken worden; juist ook als het gaat over voorbereiden op de werkvloer, en rekening houden met klanten etc.
Ik vraag aan Henk of de opleiding in die zin ook aan ‘ethische vorming’ van studenten doet. Wat zijn begrippen als ‘eerlijk zaken doen’ eigenlijk? De morele uitholling van de bankenwereld die mede bijgedragen heeft aan de economische crisis is daarvan een sprekend voorbeeld. Zijn we eerlijk zolang het ons winst oplevert (eerlijk duurt het langst, dus klanten niet bedriegen is indirect winstgevend) – of is eerlijkheid ook een ‘geïntegreerde waarde’, die we hoog hebben staan, zélfs als het ons iets kost? Boeiende vragen, waar de IVA studenten ongetwijfeld ook mee te maken zullen krijgen in hun werk later. Het was mooi en ‘verfrissend’ om zo eens in deze wereld te mogen rondkijken.

Henk als mijn Stagedocent op 2 mei, bedankt!

En Betty als Stagecoördinator, natuurlijk ook weer bedankt!

ds. Theo Pieter de Jong

Op de site van IVA Driebergen staat dat iedereen (ook de studenten) een pak draagt. Dit helpt de studenten om zich straks in het bedrijfsleven thuis te voelen. Op IVA kunnen ze er vast aan wennen in een pak rond te lopen. Juist door de nette kleding zijn ze op het stage-adres niet zomaar een stagiair, maar een professioneel ogende medewerker, ‘one of the guys’. Grappig dat de kerk (in het algemeen) juist een beweging gekend heeft van ‘weg met speciale zondagse kleren’, het moet vooral gewoon – terwijl in andere ‘subculturen’ er nog wel degelijk verwacht wordt dat je bepaalde nette kleding draagt. Hebben onze kleding en ons geloof iets met elkaar te maken? De thematiek ‘geloof’ en ‘je kleding’ is misschien toch niet zo achterhaald als we dachten? Heeft je geloof te maken met hoe je er uit ziet (in de kerk of daarbuiten)? Of misschien ook de vraag wáár en hoe ‘eerlijk’ je kleding geproduceerd is? Boeiende vragen…!!

 

 

 

Dag 4


Stagebegeleider:  Sjoerd Laanstra, vrachtwagenchauffeur
Datum: 3 april 2017

Met bijzonder kleine oogjes kruip ik ’s morgens de cabine in. Waar ben ik aan begonnen? Toen ik hoorde dat ik ook een dagje als vrachtwagenchauffeur aan de slag mocht (nouja, ‘meerijden dan’) reageerde ik enthousiast. Een soort jongensdroom die uitkomt; meerijden op zo’n grote vrachtwagen!
Maar toen wist ik nog niet dat ik die avond daarvoor in Stadskanaal een dienst mocht leiden. Ook daar keek ik natuurlijk erg naar uit. Een fijn weerzien in ’t Stadskanaalse. Maar ’t gevolg was wel dat ik zondagavond pas om 23.00 uur weer thuis was. En de wekker van een vrachtwagenchauffeur gaat meestal om een uur of 04.00 af. Een kort nachtje…

Mijn bewondering voor vrachtwagenchauffeurs groeide dus al toen de wekker afging. Op de afgesproken tijd sta ik op het industrieterrein in Veenendaal. Ik kijk om me heen en zie in het donker een vrachtwagen aankomen; hij knippert met zijn lichten, ik ben dus gesignaleerd. Met mijn kevertje rij ik achter de vrachtwagen aan. Op het terrein waar ik mag parkeren klim ik bij Sjoerd in de cabine. Ik zie de lijst met adressen – 13 adressen mogen we vandaag bezoeken om spullen te halen of weg te brengen. Dit gaat leuk worden!

• Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen?
Als ik me realiseer wat Sjoerds werktijden zijn (vroeg weg, en vaak ook pas tussen 18.00 en 19.00 thuis) besef ik weer hoe ingewikkeld het voor sommige gemeenteleden is om bepaalde activiteiten van de gemeente te bezoeken. Veel kerkenwerk gebeurt immers ’s avonds (kringen, vergaderingen, etc.).  Het kan dan een regelrechte logistieke uitdaging zijn om op tijd bij zo’n bijeenkomst te zijn. Vervolgens hoop je ook maar dat het écht om uiterlijk 22.00 uur weer afgelopen is, want de volgende morgen gaat de wekker weer op tijd.  Niet dat Sjoerd dit gezegd heeft, maar dat kan ik me wel zo voorstellen. Het dagritme van veel mensen in de gemeente ziet er anders uit dan dat dat van mij. Meestal ben ik ook wel om 8.30 aan de slag, maar goed – ik heb wel wat meer vrijheid en speling om mijn tijd in te delen. Na deze lange stagedag moet ik me haasten om op tijd bij de kerkenraadsvergadering te zijn. Tijdens die vergadering heb ik gelukkig niet al te veel last van slaap – maar aan ’t einde van de dag was ik het wel goed zat… (Trouwens, ook ’s middags in de Vrachtwagen al had ik wat momentjes waarop ik tegen de slaap moest vechten. Ik hoop maar dat ik niet al te ongeïnteresseerd overkwam bij Sjoerd….). 
Door deze stage-dag gaat de wereld van vrachtvervoer even open voor me. Indrukwekkend, zo’n groot bedrijf (wat in mijn beleving qua oppervlakte zo ongeveer het halve industrieterrein van Veenendaal beslaat), en wat werken hier veel mensen!

• Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet?
De mooie grote vrachtwagen, het vrij op de weg zijn, het onderweg zijn en op allerlei verschillende plekken komen, dat zijn mooie aspecten! Het lijkt me helemáál mooi om door Europa te rijden –dat doet Sjoerd ook nog met enige regelmaat. Ik zag wat foto’s van zijn vrachtwagen in Noorwegen en andere landen, prachtig!
Wat me minder zou aanspreken is het ‘solo-bestaan’ – er is niet heel veel contact met collega’s, en zeker als je meerdere dagen weg bent lijkt het mij soms wel wat alleen. Maar goed, misschien dat ik dan een stapel boeken zou meenemen…  Het is ook maar puur hypothetisch; ik zou simpelweg nóóit zo’n gevaarte kunnen of durven besturen. Tijdens de stagedag komen we ook in wat binnensteden terecht, waar het angstzweet me uitbreekt als ik zie hoe de vrachtwagen bijvoorbeeld achteruit een klein straatje in moet. Maar Sjoerd schuift de wagen met een gemak en souplesse in allerlei bochten en kan schijnbaar toveren met zijn stuur.

• Waar zie je raakvlakken?
Soms heb ik ook wel dagen waarop ik een ‘lijst met adressen heb’. Zoals Sjoerd producten moet halen en brengen, zo ben ik misschien ook wel een beetje bezig. Ik ‘breng’ niet altijd iets, maar ‘ontvang’ vaak ook veel tijdens bezoeken. Soms heb ik ook geen idee waar ik terecht kom – ik krijg een adres en een verzoek, en ga er dan maar heen en weet dan niet precies van tevoren hoe die dag zal verlopen. Vaak wordt er gewacht op Sjoerd, men heeft het materiaal nodig om weer verder met de bouw te kunnen. Ook daarin zou ik een raakvlak kunnen zien; soms kijken mensen wel uit naar mijn komst om daarna hopelijk weer verder te kunnen.
Tot slot is het misschien ook wel een raakvlak dat het mooi, maar soms ook wel pittig werk is; lange dagen die behoorlijk intensief kunnen zijn. Het lijkt soms voor buitenstaanders minder intensief dan het in werkelijkheid is. Een paar uur op de weg is best vermoeiend – een paar gesprekken achter elkaar voeren lijkt niet zo veel voor te stellen, maar kan best veel energie vragen. Zoals Sjoerd om de zoveel uur verplicht is een pauze te nemen (alles wordt geregistreerd…!) zo zou een dominee dat ook moeten doen. Alleen zit er in mijn kleren of in mijn studeerkamer geen kastje of kaart die dat registreert…

•  Hoe lang is Sjoerd al vrachtwagenchauffeur?
Al heel wat jaren! Sjoerd vertelde mij over zijn loopbaan, die oorspronkelijk via de luchtmacht liep. Het chauffeurs-vak heeft hij al van huis uit meegekregen.
Zo werd Sjoerds vader als kind al vroeg van school gehaald om zijn ouders te helpen met het ophalen van melk bij melkveebedrijven. Dit was nog voordat de familie van Friesland naar Ede verhuisde.  Maar net als Sjoerd is zijn vader meteen na het behalen van de rijbewijzen chauffeur geworden. In die jaren moest hij ook zijn dienstplicht vervullen. Dat deed hij (net als Sjoerd)als chauffeur bij de luchtmacht.
Bijzonder hoe Sjoerds loopbaan eigenlijk veel lijkt op die van zijn vader!

• Heeft hij dit werk altijd al gedaan?
Ja, ook nog wel bij een ander bedrijf, maar later kon hij de overstap naar dit bedrijf maken.

• Hoe is het om dagelijks op de weg te zitten?
Volgens Sjoerd is dit het mooiste beroep, hij zou niet anders willen.

• Wat vervoert Sjoerd zoal?
Bouwmaterialen die met name in de agrarische sector gebruikt worden. Maar ook wel hekken, staal en andere metalen producten. We komen bij meerdere plaatsen waar een boer een nieuwe stal aan het bouwen is. Ook leveren we op deze dag hekken bij een boer, maar brengen bijvoorbeeld ook dakplaten voor iemand die en schuurtje achter in zijn stadstuintje bouwt. Erg afwisselend! De verste rit is ergens in de buurt van Vlissingen, en zo doen we een hele ronde met onderweg allerlei stops.

Ik kijk terug op een boeiende dag, met boeiende gesprekken. Tussen de bedrijven door is me ook wel gebleken dat de familie Laanstra op allerlei manieren verbonden is de Beatrixkerk. Steeds meer lijnen zie ik lopen, leuk! 


Sjoerd als mijn Stagedocent op 3 april, bedankt!

En Betty als Stagecoördinator, natuurlijk ook weer bedankt!

Theo Pieter de Jong

 

Dag 3


Stagebegeleider:  Anton Kanis, organist en gepensioneerd leerkracht
Datum: 7 maart 2017

Een ander dagje deze keer, niet alleen vanwege de tijd (een halve stagedag), maar ook vanwege het vak. Geen doorsnee beroep, maar een bevlogen vrijwilliger. We blijken veel gemeenschappelijke interesses te hebben, en delen dezelfde geestelijke wortels. Tijdens deze stagedag blijkt zich dan ook een persoonlijk gesprek te ontspinnen over de hoogten en diepten van het leven en hoe we dat vanuit ons geloof beleven.

Om 13.00 uur bel ik aan bij Blijdestein 49. Dit adres is op loopafstand van mijn huis, zo zag ik, toen ik het thuis opzocht. De stage-opdracht is deze keer om eens een dienst erg uitgebreid met een organist voor te bereiden. Niet een mailtje met de orde van dienst, maar samen de dienst bekijken, vanuit de lezingen. Ook mag ik meedenken in welk orgelspel na de verkondiging en vóór en ná de dienst zal klinken. Ik besef dat ik theoloog ben en geen kerkmusicus. Nu ken ik wel wat muziek, maar ben bepaald geen kenner van allerlei componisten en stukken. Dus ik ben benieuwd naar het voorstel.

Als ik aanbel wordt ik hartelijk welkom geheten door Anton en zijn vrouw. In de kamer valt mijn oog direct op de prachtige spinet, een bijzonder ‘klavecimbel-achtig’ orgeltje. Of eigenlijk geen orgeltje, want het is een snaarinstrument. Anton  laat op mijn verzoek wat horen, en de specifieke klank roept gelijk een renaissance-achtig gevoel op en doet me op de een of andere manier denken aan de prachtige oude middeleeuwse kerkjes in de streek waar ik geboren ben.

Na een poosje pak ik dan toch de vragen maar eens uit mijn tas, wat is mijn ‘stage-opdracht’ ook alweer?
 • Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen?
Het helpt me om via Anton de wereld van organisten in Ede te leren kennen. Natuurlijk heb ik al meer organisten gesproken, maar in een plaats met zo’n hoge ‘kerk-dichtheid’ blijken ook diverse organisten-circuits te bestaan. Het is boeiend om daar meer over te horen. Onder predikanten bestaan diverse mopjes over organisten, maar precies dezelfde mopjes zijn bij organisten ook gangbaar, neem nu deze:
‘Vraag: wat is het verschil tussen een organist/predikant en een terrorist?
Antwoord: Met een terrorist kun je tenminste nog onderhandelen…’ 

Als predikant is een goed contact met organisten een must. Trouwens, met comboleden ook.
• Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet?
Het moet geweldig zijn om via muziek een gemeente te kunnen dienen. Het moet heerlijk zijn om God te aanbidden door je orgelspel. Dat lijkt me fijn. Wat me niet aanspreekt zou de ‘druk’ en ‘verantwoordelijkheid’ zijn. Ik zou voor elke dienst bloednerveus zijn…
• Waar zie je raakvlakken?
Volgens mij zijn de raakvlakken dat zowel organist als predikant de gemeente willen dienen, dat hun persoonlijk geloof betrokken is bij wat ze doen, en dat ze tegelijk ook allebei simpel een ‘vak’ beoefenen waarvoor scholing en doorgaande studie nodig is. Zodra een predikant of organist ‘op de automatische piloot’ hun werk gaan doen is de bezieling er uit en zal de gemeente daar schade van ondervinden. De diepste gerichtheid van predikant en organist is dus misschien zelfs wel God Zelf, in plaats van de gemeente?
•         Wanneer is Anton begonnen met orgel spelen?
Al vanaf het eind van de lagere school heeft Anton les – en op zijn 18e begeleidde hij voor het eerst de gemeentezang. Dat deed hij bij Anglicaanse diensten (heel wat anders dan hij van huis uit gewend was!) in de Lutherse Kerk in Zwolle.
•         Waar heeft hij dit geleerd?
Anton had les op de muziekschool in Zwolle, en later in Ede. Ook raakte Anton betrokken bij de landelijke organistenvereniging.
•         Zit muziek maken in de familie?
Ja, moeder speelde Klavarscribo (een alternatief notenschrift) en vader zong graag. Antons zus leerde de sopraan- en altblokfluit spelen.
•         Kan hij ook een ander instrument bespelen?
Naast het orgel speelt Anton dus ook graag op het spinet. Als we de menselijke stem als instrument beschouwen (wat volgens mij absoluut het geval is) dan moet hier ook genoemd worden dat Anton tot ruim een jaar geleden ook bij een koor in Lunteren betrokken was.
•         Hoe is zijn liefde voor het orgel ontstaan?
Vader en moeder Kanis namen Anton en zijn zus wel eens mee naar concerten. Zo hield moeder veel van concerten van Jan Zwart – waarin oude koralen een grote plaats innamen. Ook stond er, naar goed gereformeerd gebruik, een harmonium in huize Kanis. Aanvankelijk leerde Anton, net als zijn moeder het Klavarscribo-notenschrift, maar later leerde hij het reguliere notenschrift.
•         Naar welke muziekstijl gaat zijn voorkeur uit?
Eigenlijk blijkt Anton niet één uitgesproken voorkeur te hebben, maar van veel stijlen orgelmuziek te houden. De barokmuziek in het algemeen vindt hij erg mooi, maar ook kerkmuziek uit de Engelse en Franse wereld. Wat meer oude, Latijnse kerkmuziek spreekt hem aan. Nieuwere Taizé- of Iona-muziek heeft hem ook veel gebracht.  Voor de lokale omroep van Ede, waar Anton ook als vrijwilliger werkt, heeft hij dan ook een uitzending in voorbereiding over Iona-muziek.
•         Hoe is hij in de Beatrixkerk terecht gekomen?
Dat is al weer 20(?) jaar geleden. Anton was toen al  als organist in Harskamp aan het werk en via Elzien de Groot (ook organist in de Beatrixkerk) kwam hij in de Beatrixkerk terecht. Eerst was dat nog incidenteel, inmiddels is dat maandelijks.

•         Heeft hij orgel spelen tot zijn beroep gemaakt?
Nee. Als student had Anton nog wel het ideaal om specifiek muziekdocent te worden, maar dat is er nooit van gekomen. Toen Anton trouwplannen kreeg wilde hij toch wel graag (na militaire dienst) zo snel mogelijk aan de slag als meester, en eenmaal voor de klas is dat altijd zo gebleven. Het is daarbij trouwens ook maar weinig mensen gegeven om te werken als fulltime betaald organist…

We bekijken samen de (Avondmaalsdienst) van 19 maart en zoeken bijpassende muziek uit. Anton kan zich helemaal vinden in de liederen die ik thuis uitgezocht heb, passend in de liturgie. De tijd vliegt voorbij, en er zou nog meer te bespreken zijn, maar aan het einde van de middag ga ik met een goed gevoel weer naar huis. Dit was weer een zinvolle en mooie middag!

Stagedocent, bedankt!

Stagecoördinator, bedankt!

Theo Pieter

Dag 2


Stagebegeleider:  Anjo Bloemen, Opleidingscoördinator MFS bij Radiotherapiegroep, Arnhem
Datum: 9 februari 2017

‘Maar… waarom wil je dat dan?’, vraagt de man met de nette zij-scheiding.
‘Nou… gewoon… omdat ik graag wil weten hoe het leven van gemeenteleden er uit ziet?’
‘Ok….’ de man kijkt even voor zich uit en vraagt dan opnieuw: ‘Maar… waaróm dan?’
Tja… Goeie vraag, bedenk ik me. Belangstelling? Maar is iemands werkplek toch niet gewoon iets wat bij het privé-domein van mensen hoort? Wil ik als dominee dan zo nodig álles van gemeenteleden weten?  Nee… dat is het niet, realiseer ik me. Ik denk gewoon dat het lastig is om samen een gemeenschap te vormen als we van elkaar niet eens weten hoe onze dagelijkse leefwereld er uit ziet en wat voor dingen ons daar bezig houden. Hoeveel (groot) ouders kunnen maar amper de functie-omschrijving van hun (klein)zoon/dochter uitspreken?
Mijn docent ‘preekkunde’ adviseerde ons ooit om een foto van een 12-jarige catechisant op ons bureau te zetten om daar bij het schrijven van de preek af en toe eens naar te kijken. Voor hem/haar ben je aan ’t werk. Ik geloof dat deze stage dáár alles mee te maken heeft.

Om kwart over zeven sta ik netjes met de auto bij Anjo. Ik kom eerst nog even mee naar binnen – en daar laat Anjo mij de Paaskaars uit 2011 zien die ze gekregen heeft vanuit de gemeente waar ze destijds lid was; de Brinkstraatkerk in Bennekom. Anjo heeft veel mee gemaakt in haar persoonlijk leven, en aan de hand van een kistje met waardevolle foto’s, documenten en voorwerpen vertelt ze me daar het één en ander over. Ondertussen krijg ik een kopje thee, maar al snel moeten we weg. Het werk wacht…

Aan de hand van de vragen hier mijn terugblik;
 
•         Hoe helpt deze stage om de gemeente beter te leren kennen?
Het is boeiend om een dagje met Anjo op te trekken. Begrippen als ‘collegialiteit’, ‘re-integratie’ en ‘carrière-loopbaan’, ‘flexibele werktijden’ zijn nu niet meer alleen woorden uit een sociologie boek ofzo, maar ik zie hoe dit werkt in het leven van Anjo. Zoveel gemeenteleden hebben met dit soort zaken te maken – en het is goed om dat eens van dicht bij te zien. Ik realiseer me ook hoezeer ik ‘te gast’ ben in een andere wereld, en het voelt als een voorrecht om daar eens te mogen zijn. Omdat Anjo ‘nieuw lid’ in onze gemeente is, ben ik vooral ook nieuwsgierig naar hoe zij dat ervaren heeft. Wat was behulpzaam in de Beatrixkerk, en waarin heeft zij nog tips, hoe we als gemeente ‘nieuwkomers’ nog beter kunnen helpen een plek te vinden?

•         Wat spreekt je aan in dit werk en wat absoluut niet?
Wat me aanspreekt is het veelzijdige van Anjo’s werk, het dienstbare en het zelfstandige.
Wat me minder zou aanspreken weet ik eigenlijk niet zo goed…

•         Waar zie je raakvlakken?
Heel globaal genomen zit de raakvlak misschien in het feit dat mensen/cliënten op de afdeling binnenkomen, en dat ze eigenlijk gedurende het hele proces van ziek-zijn worden begeleid. Dat begeleiden, dat zit natuurlijk ook in mijn werk. Maar dan hopelijk niet alleen in processen van ziek-zijn. In de gemeente lopen we met elkaar mee van wieg tot graf… 
Een ander raakvlak is misschien het beeldscherm… Ook ik heb te maken met roosters/mails/en telefoontjes…   Tot slot; misschien zijn we allebei wel bezig met ‘gezondheid’ – Anjo meer fysiek, ik meer geestelijk.
 
•         Wat zijn precies de taken van Anjo als opleidingscoördinator
Dat is een hele lijst! Hier komt het:
Uitnodigen voor kennismakingsgesprekken die een stage komen lopen
Opvragen van hun gegevens en het aanmaken van een account voor hen
Zorgdragen van Medfolio account en regelen van facilitaire zaken
Introductieprogramma afstemmen en het plannen van evaluatiemomenten
Beheer archief
Plannen en voorbereiden van vergaderingen en bewaken van actiepunten
Voorbereiden en plannen van visitaties en bewaken van actiepunten
Roosters  maken en bewaken voor de Radiotherapeuten
Verzorgen van inschrijvingen van bijscholingen/congressen en boeken van vluchten en hotels
(her) registraties van GAIA-punten
Vakantieplanning RT inventariseren en bewaken.

Zo…. Dat is dus genoeg om je niet te hoeven vervelen op je werk…  

*  Sinds juni 2016 werkt Anjo als opleidingscoördinator, nadat haar oude functie kwam te vervallen.  Zij heeft vanuit de organisatie heel veel ruimte gekregen om haar nieuwe functie vorm te geven, waar ook rekening gehouden is met de beperkingen die zij heeft ten gevolge van haar behandelingen. Voldoet het aan haar verwachtingen?
Ja, gelukkig wel. Het is best bijzonder dat ze dit heeft mogen doen.

* Waar ziet zij de uitdaging?
Anjo benoemt dit zelf ook wel in termen van dienstbaarheid. Als zij goed haar werk doet kunnen radiotherapeuten en anderen goed hun werk doen. Mooi om zo samen ’team’ te zijn, gericht op een hoger doel. Ik zie dat Anjo ook plezier heeft in efficiëncy en graag oplossingsgericht werkt.

•         Hoe is het voor haar om met collega’s te werken die niet geloven?
Wat ik intrigerend vond was het effect wat mijn aanwezigheid op Anjo’s collega’s had. Het bleek nogal wat op te roepen dat er ‘een dominee’ een dagje kwam mee lopen. Blijkbaar is ‘geloof’ voor sommigen toch wel iets wat verzet of weerstand oproept. Het was niet aan mij om daar heel veel mee te doen – maar het is wel opvallend. Voor Anjo zelf is het niet lastig om christen te zijn op haar werk – mensen weten dat wel, en er zijn nog meer collega’s die gelovig zijn. Het was leuk om in de lunch-pauze met een groepje collega’s mee te wandelen naar de viskraam. Dagelijks gaat een groepje collega’s een blokje om. Gezond!

•         Anjo zal misschien moeilijke dingen meemaken met patiënten. Hoe geeft zij dit een plek in haar leven en geloof?
Anjo heeft in haar werk niet heel veel rechtstreeks contact met patiënten. Maar omdat zij ook zelf patiënt geweest is (en opeens in een heel andere rol in het ziekenhuis kwam) raakt het Anjo natuurlijk soms wel.  Anjo’s lijflied is een lied van vertrouwen; ‘wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand’.

•         Je zult zelf ook wel eens moeilijke dingen mee maken met gemeenteleden. Hoe ga je hier zelf mee om en wat kun je van Anjo leren? Waar kun jij je verhaal kwijt?
Als predikant heb ik gelukkig goede vrienden/collega’s waar ik veel mee kan delen. En natuurlijk ben ik erg dankbaar voor Maarten. Ook is het gebed belangrijk om ‘zaken te brengen waar ze horen’. Het is gelukkig maar zelden dat mijn nachtrust leidt onder mijn werk als predikant.  Wat mij bij Anjo weer aansprak is de rol die haar familiegeschiedenis voor haar zelf ook speelt. Het ‘kistje bij de Paaskaars’, zogezegd. Daar begon de stage-dag, en dat is misschien ook wel veelzeggend. Dat het geloof een bron van steun is, dat is mooi om te zien en gaf herkenning.

Goed… tot zover mijn stageverslag...!
Het was lastig om deze dag terug te brengen tot een paar A-viertjes. Ik heb veel gezien; hoe een bestralingsapparaat werkt, hoe maskers gemaakt worden,  hoe ingewikkeld het is om soms om te schakelen naar een ander systeem (van bijv. urenregistratie) (en hoe belangrijk het is om na te denken over verander-management – ook in de kerk!). Mijn rol was vooral observerend.  Verder was het ook een bevestiging om te zien hoe goed het werkt als je mensen de ruimte geeft om hun werk op hun eigen manier te laten doen. Dat maakt het werk leuker en je raakt gemotiveerder.
Stagebegeleider, bedankt!
Stagecoördinator, bedankt!

Theo Pieter de Jong, Ede 23 februari 2017.

Dag 1:

Stagebegeleider:  Gerard Verbeek
Datum: 12 januari 2017
Om half 10 sta ik netjes voor de woning van Gerard. Zonder lunchpakketje… Want er is die nacht iets mis gegaan in onze broodbakmachine. Maar goed. Ook zonder broodpakketje heb ik zin in deze eerste stagedag. Ik ben benieuwd naar Gerards dagelijks leven en zijn werk. In de informatie die ik van stagecoördinator Betty de Jong heb gekregen heb ik kunnen lezen dat Gerard Beschermingsbewindvoerder is, en daarnaast ook freelance docent op het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Dit laatste vanwege de ervaringen die hij samen met zijn vrouw, Anneke, heeft opgedaan tijdens hun diverse uitzendingen naar het buitenland (Angola en Jemen) onder andere voor de Protestantse Kerk in Nederland. Als hoofdvak binnen mijn theologiestudie heb ik destijds gekozen voor missiologie – en de wereldkerk heeft nog steeds mijn bijzondere belangstelling, dus er zijn veel raakvlakken…!  Ook ben ik ervan overtuigd dat juist christenen uit andere culturen ons als Hollandse protestanten kunnen helpen om eigen blinde vlekken te zien. En, vanuit het principe dat ieder lid van dat wereldwijde lichaam iets toevoegt, ik denk dat wij anderen ook iets te bieden hebben…  Goed, vandaag zal misschien een mini-uitwisseling op dat gebied zijn, want in het dagje-samen optrekken met Gerard ontmoeten misschien ook wel twee subculturen elkaar?
En dan heb ik nog niet eens nagedacht over die ruim 40 studenten uit 15 verschillende landen, die ik deze middag zal ontmoeten…!
Gerard vertelt me dat hij zijn advieswerk op het gebied van ZW